dinsdag 13 januari 2015
donderdag 8 januari 2015
Soumission
Omdat we wat later klaar zijn
dan gewoonlijk met het werk dinsdagavond, vallen we midden in het Franse acht
uur journaal. We zien een herdenkingsbijeenkomst van een bekende fransman waarbij
een grafkist een kerk worden ingedragen. Even later volgt een interview met
Michel Houellebecq over zijn nieuwe boek Soumission. Rocco vraagt mij angstig of
dit de dode man is van het vorige item. Lichtelijk in verlegenheid gebracht
vertel ik dat dit een andere man is (waar de schmink van France 2 erg zijn best
op heeft gedaan om hem enigszins toonbaar te maken) die een boek heeft geschreven
over de het jaar 2022 waarin een moslim president is geworden van Frankrijk.
Het is een boeiend interview.
Het boek speelt in op de angst die er onder enkelen heerst voor het opkomende
moslim geloof en er wordt hem gevraagd of hij denkt dat zijn roman ooit
werkelijkheid zal worden. Peut-etre. In ieder geval niet zo snel. Ook denkt hij
dat zijn boek geen politieke gevolgen zal hebben. Een roman heeft immers nog
nooit voor een revolutie gezorgd. Zeker de passage waarin hij aangeeft hoe
moeilijk het is om niet te geloven, zet tot denken aan. Doordat niet geloven
erg lastig is, is het denkbaar dat in de toekomst ongelovigen zich zullen onderwerpen
aan een gematigde vorm van islam. Dat maakt het leven immers wel zo makkelijk. Ik
denk aan mezelf en aan mijn levensvragen waarop ikzelf met veel moeite een
antwoord probeer te vinden maar meestal niet vind. Een geloof kan dan inderdaad
houvast geven wanneer je even geen zin meer hebt om zelf na te denken.
Misschien is het helemaal
niet zo gek wat Houellebecq voorspelt want Fransen onderwerpen zich graag, is
mijn ervaring van de laatste jaren. Zeker aan de bureaucratie en de dictatuur
van grote semi staatsbedrijven.
Zo maakte ik kennis met een
verzekeringsagente die met het Parijse hoofdkantoor belt om een probleem op te
lossen en mij verontschuldigt: ze heeft een robot van haar eigen bedrijf aan de
lijn en we moeten nog even geduld hebben voordat ze een Parijse collega die
over het onderwerp gaat kan spreken. Of ik dan tijdens het wachten niet even
een evaluatieformulier kan invullen. Ja sorry, inderdaad, ook voor Parijs, voor het
hoofdkantoor.
Ook sprak ik met een
telefoniste van een telefoonmaatschappij die niet wist met welke afdeling ze
mij moest door verbinden toen wij een probleem met je internet (via een
telefoonlijn) hadden. Ja mevrouw, wanneer je een professioneel
telefoonabonnement hebt maar het internetabonnement privé betaald dan maakt u
het voor ons wel erg moeilijk. C’est comme ça…
En zo zien we elk jaar via
het journaal de fransen gebukt gaan onder het stakingsterreur van de vakbonden.
Wanneer de slachtoffers, vaak bij een stilstaande trein op een tochtig station,
worden geïnterviewd halen ze steevast de schouders op. Hopelijk rijden
binnenkort de treinen weer.
Ook moeten alle Franse ouders
elk jaar een stapel formulieren doorworstelen waarbij je minimaal 25 keer naam,
geboortedatum en adres van je kind moet invullen. Of dit niet eenvoudiger kan? Gelaten
wordt geantwoord: wees blij dat je maar één kind hebt.
Ik zou allang in opstand zijn
gekomen maar een Fransman niet. Die lijkt zich met liefde te onderwerpen aan de
terreur van papierwerk en de stroperigheid van grote organisaties.
Een dag later kijken we weer
naar het journaal. De president houdt een toespraak. Door terroristen zijn
twaalf mensen gedood bij een aanslag op een redactievergadering van een Frans
satirisch stripblad. Een aanslag waarbij één van de basisfundamenten van het
Franse bestaan recht in het hart wordt geraakt: vrijheid. Dit gaat zelfs een
schouder ophalende Fransman te ver. ’s Avonds komen in verschillende steden
duizenden Fransen samen om op te komen voor de vrijheid en om de slachtoffers
van Charlie Hebdo te herdenken. Wanneer ik deze ontroerende beelden zie springen
de tranen in mijn ogen, heb diep respect voor de Fransen en ben ik absoluut niet
bang voor de toekomst. Ik weet het zeker: Soumission zal eens en voor altijd
worden ingedeeld onder het genre romantische fictie.
maandag 29 december 2014
Survival of the fittest op het Franse platteland
Zo met het naderen van de
jaarwisseling is het ook voor mij onvermijdelijk terug te blikken op het
afgelopen jaar maar ook de afgelopen jaren. Jaren waarin er veel is gebeurd en veranderd.
Bijvoorbeeld onze woon en werkomstandigheden zijn behoorlijk veranderd maar ook
mijn geloof in de maakbaarheid van het leven is in der loop der jaren in een
ander daglicht komen te staan.
De eerste avond in ons
nieuwe huis bracht ik door met gemengde gevoelens. Ik stonk na een dag hard
werken niet alleen naar zweet maar ook naar koeienpoep en er hing na een urenlang
verblijf in de melkput een zweem van de geur van rauwe melk om mij heen. De
douche die ik vervolgens nam werd na één minuut ijzig koud. Wegens gebrek aan
zuurstof in het douchehok sloeg de geiser af. Nog jaren zouden wij moeten
kiezen tussen of één minuut warm douchen of douchen met de deuren en ramen wagenwijd
open. Ook wanneer het buiten vroor.
Daarnaast was ons nieuwe
onderdak meer dan honderd jaar oud en bouwkundig gezien meer dan een drama. Ongeïsoleerd,
vochtig, verwarmd met twee stof en as producerende houtkachels en het stonk er
naar rook en schimmel. Als voormalig bouwfysisch adviseur sprongen de tranen in
mijn ogen en niet alleen vanwege de rokerige lucht. Had ik hiervoor mijn carrière
als bouwkundige en al mijn vrienden en familie in Nederland achter gelaten?
Heel eventjes liet ik dit
moment van zwakte toe en raapte vervolgens al het kleine beetje moed dat ik nog
had bij elkaar om te besluiten de komende jaren iets te maken van deze woonomstandigheden en
de boerderij. Ik had immers zelf gekozen voor deze situatie, moest niet klagen
en mijn verantwoordelijkheid nemen. Volgens het principe van 'survival of the
fittest' zou ik door hard werken en goed mijn best doen het mooie maar ruige bestaan op
het Franse platteland wel overleven.
Zo zorgden we door hard
werken en lange dagen maken dat er hier in huis leefbaar werd en op het bedrijf veel
veranderde. Iets waar ik een beetje trots op ben maar vooral dankbaar. Want uit
onverwachte en ongevraagde hoeken werd er hulp aangeboden door vrienden,
collega's en familie in de vorm van tegeltjes plakken, schilderen, hout kloven,
mestschuiven, afrasteren, was opvouwen, koeien drijven, het bereiden van een maaltijd of gewoon een goed gesprek (dat niet over koien of trekkers ging). Ook kwam al snel de
pachtheer langs voor een goed gesprek. Hij stelde voor het land dat we van hem pachtten voor een aanlokkelijke prijs aan ons te verkopen. En weer niet veel later kwam een nieuwe buurman langs die een
deel van het zojuist gekochte land weer voor een wederom aantrekkelijk bedrag
wilde opkopen. Zulke dingen heb je niet in de hand en het enige wat je dan kunt
doen is dankbaar zijn. (En realiseren dat in deze wereld hard werken niet wordt
beloond maar notarisbezoekjes wel.)
Maar er gebeurde ook allerlei
onverwachte dingen waar ik minder dankbaar voor kon zijn. Op een melkveehouderij
leek het bestaan meer door de grillen van de natuur te worden beïnvloed dan dat
ik me ooit tijdens mijn schijnbaar veilige en min of meer voorspelbare stadse
leven had kunnen voorstellen. Van het dichtbij de natuur staan had ik in ieder
geval een romantischer beeld dan de vaak harde realiteit. Hevige sneeuwval
(twee dagen geen stroom), strenge vorst (vanwege bevroren waterleidingen wekenlang
een groot deel van veestapel van water voorzien met emmers), heftige regenval (waardoor
een groot deel van de zojuist ingezaaide mais werd weggevaagd), aaltjes en
kraaien die jonge maisplantjes opvraten, kleine torretjes die de graanvoorraad
ongemerkt in het stof deden opgaan, en 38 stierkalfjes op 55 geboren kalveren, en meer van dit soort romantische natuurverschijnselen, gaven ons het gevoel regelmatig achter de feiten aan te lopen.
Het enige wat ik dan kon doen
was even flink te balen, proberen te leren van de lessen die de natuur ons gaf
en wanneer er niets te leren viel het gebeurde gewoon te accepteren. Aanpassen
aan de situatie. Hetgeen wat Darwin waarschijnlijk ècht bedoelde met ‘survival
of the fittest’.


Het leven op de boerderij bleek
een grote oefening in het aanpassen aan de omstandigheden die elk moment anders
kunnen zijn. Neem je je voor een middagje de administratie bij te werken, ben je vervolgens de
hele middag ontsnapte vaarzen weer binnen de afrastering te drijven. Of
assisteer je ‘s avonds onverwacht bij de bevalling van een kalf terwijl je
eigenlijk de opening van het schooljaar had moeten bijwonen. Wil je een nacht doorslapen belt de melkrobot dat hij wegens een stroomstoring persoonlijke aandacht nodig heeft. Farmlife's what happens when you're busy making other plans.
En omdat ik er meer bewust van
ben geworden dat de situatie elk moment kan veranderen, probeer ik meer aandacht
te hebben voor de gewone alledaagse kleine dingen. Waarderen dat er na 17
stierkalveren op een rij eindelijk weer eens een vaarskalf wordt geboren, genieten
van koning winter die de omgeving verandert in een sprookjesachtig
winterlandschap en verwonderen om een zoon die in het pech hebben met de
trekker een speciale dag ziet. (Alleen op speciale dagen mag hij namelijk een
glaasje frisdrank.)
Bovenstaande betekent
natuurlijk niet dat ik nu alles maar passief over me heen laat komen. Er worden nog steeds plannen voor de toekomst gemaakt maar ik probeer meer toegevend te zijn wanneer
het leven niet volgens plan gaat. Probeer beter onderscheid te maken tussen waar ik wel
invloed op heb en wat buiten mijn vermogen ligt. Maar ik probeer vooral
dankbaar te zijn. Dankbaar voor het mooie maar soms ruige leven op het Franse platteland maar vooral dankbaar voor iedereen die ons heeft geholpen en die ons na
tien jaar nog niet is vergeten door ons te verblijden met een bezoek, kaartje,
mailtje of andere vorm van berichtgeving.
Abonneren op:
Posts (Atom)
