zaterdag 9 januari 2021

Belle en het methaanmysterie

Op een mooie zonnige nazomermiddag lag Belle te herkauwen in de koele schaduw van de eeuwenoude eikenboom, midden in een kruidige weide omgeven door de zacht glooiende beboste heuvels van het lieflijke Frankrijk. Het was een mooie plek waar ook haar (over)grootmoeders het leven hadden overdacht na een lange dag hard grazen. Het leven van een koe was mooi en dankbaar. Ze behoorde tot een van de weinige diersoorten die in staat zijn voor de mens onverteerbaar gras om te zetten in melk en vlees. Ze kon niet alleen gras omzetten in nuttige eiwitten voor de mens maar ook plantaardig restmateriaal, zoals bierborstel, schroten van soja, koolzaad, katoen, etc. Dankzij de bacteriën in haar magen wist de koe deze voor de mens nutteloze planten(resten) om te zetten in hoogwaardig voedsel. Voordat hipsters het begrip omarmden deden koeien al aan upcyclen.

Sinds een groot deel van de mensheid zich aan de koe had aangepast door melk te gaan verteren, hadden koeien geen zorgen meer over de dreiging van roofdieren of parasieten, hongersnood tijdens droge periodes of onderdak tijdens noodweer. Het leven van een koe was mooi en zorgeloos en Belle boerde tevreden nog eens haar maaltijd van die ochtend op.


tevreden koeien in Franse weide

Koe is klimaatkiller

Haar rust werd echter bruut verstoord toen Tulipe verontrust aan kwam klossen. Wat ze nu toch weer had opgevangen van het gesprek tussen de boer en de boerin, die dag en nacht voor hen klaar stonden, en een goede vriend van hen. Die vriend legde uit waarom hij sinds kort veganistisch was geworden. Hij was geïnspireerd geraakt door succesvolle films over fout vlees als Cowspiracy, Dairy is Scary en Meat the thruth waar bij de première politici kwamen voorrijden met een Hummer om aan te tonen dat auto’s minder schadelijk zijn voor het klimaat dan koeien. Daarnaast bereiden steeds meer kantines vegetarische menu’s en werd in verschillende landen zelfs opgeroepen tot vleesloze maandagen om het klimaat te redden waarbij telkens de koe als grootste boosdoener werd aangewezen.

Hij vertelde dat hij in het FAO-rapport ‘Livestocks long shadow’ had gelezen dat de veehouderij voor maar liefst 18 procent bijdraagt aan de wereldwijde uitstoot aan broeikasgassen. Een bijdrage groter dan de transportsector. Sommige instituten en schrijvers namen zelfs de (literaire) vrijheid te verkondigen dat het aandeel van de veehouderij maar liefst 51% was.

Toen Belle dat allemaal hoorde, vond ze het koeienleven opeens niet zo mooi meer en voelde ze zich een milieucrimineel die het leven niet waard was en probeerde het boertje dat opkwam borrelen met alle macht te onderdrukken. Ze kloste helemaal naar het uiterste puntje van de wei, verborg zich achter een andere dikke eik, in de hoop dat niemand haar meer kon zien.


Weken later troffen Belle en Tulipe elkaar weer onder de oude eikenboom. Belle zag er slechter uit dan ooit. Ze was altijd de mooiste koe van de veestapel geweest maar had nu een doffe vacht, uitstekende ribben en opgeblazen magen. Ze durfde niet zoveel meer te eten als anders uit angst dat ze, de voorheen altijd zo opluchtende, boertjes en scheetjes zou moeten laten.

Tulipe vond het allemaal moeilijk te bevatten en had een gesprek opgevangen tussen de boer en de boerin, die ook hun gedachtes hadden bij het verhaal van hun goede vriend. Deze was inmiddels verder getrokken vloog inmiddels de wereld rond om de wereld te ontdekken en zichzelf. Gelukkig had hij een vliegtuigmaatschappij gevonden die veganistische maaltijden aanbood.

Koeien zijn geen auto’s

Van de boer hoorde ze een iets genuanceerder verhaal dan van de goede vriend. De boer had namelijk een artikel gelezen waarin stond dat die 18% emissie een foutje was van de FAO en inmiddels was bijgesteld naar 14% omdat onterecht wel erg veel ontbossing was toegeschreven aan de veehouderij. Niet alleen veeteelt zorgt voor ontbossing maar ook mijnbouw, houtwinning en teelt van plantaardige oliën (uit soja en palm) voor cosmetica en voedingsmiddelen bleken een aanzienlijk aandeel te hebben in de kap van tropische bossen.

Daarnaast was bij de dieren was alles meegeteld: van het gas dat nodig is om kunstmest te maken voor het graan en de soja(schroten) die dieren eten tot de methaan die koeien uitstoten. Bij de schepen, auto, vrachtwagens en vliegtuigen was alleen de brandstof meegeteld waarop hun motoren draaien; de klimaatgassen die uitgestoten worden om die vervoermiddelen te maken (delving van grondstoffen, vervoer daarvan, fabrieken en onderdelen) en te laten functioneren (wegen, stations, sporen, luchthavens) bleven buiten beeld. Omdat die ook een aanzienlijke klimaatimpact veroorzaken, was het een verkeerde vergelijking.

https://news.trust.org/item/20180918083629-d2wf0

Maar toch, bedacht Tulipe, die 14% totale bijdrage aan de klimaatverandering door directe en indirecte emissies van de veestapel blijft nog steeds erg veel. En luisterde naar wat de boerin allemaal had gelezen.

Korte cyclus, geen toevoeging maar omzet

Want ook de boerin begreep er niets van. Hoe konden koeien die slechts plantaardig materiaal verwerken nu bijdragen aan het verhogen van de CO2 concentratie in de atmosfeer? De emissie van koeien behoorde toch tot een natuurlijke cyclus dat geen CO2 toevoegt? De CO2 wordt door planten vastgelegd, opgegeten en weer uitgestoten door mensen en dieren en vervolgens weer opgenomen door planten. In dit proces wordt geen extra CO2 toegevoegd aan de atmosfeer. Dit in tegenstelling tot het verbranden van fossiele brandstoffen waarbij de CO2 concentratie in de atmosfeer wordt verhoogd.

Dus waar kwam dan die grote bijdrage van koeien vandaan? In het rapport ‘Tackling climate change through livestock’ stond dat jaarlijks de veehouderij 7.1 gigaton CO2eq uitstootte (op een jaarlijks wereldwijd totaal van 49 gigaton CO2eq). Hiervan werd weer 4.6 gigaton CO2eq toegeschreven aan rundvee. Nog steeds gigaveel.


 

Methaan

Het antwoord was: Methaan. Koeien (of eigenlijk de bacteriën in de magen van de koe) produceren tijdens het verteren van hun voer voornamelijk methaan. Via opboeren en mestopslag komt dit in de atmosfeer terecht. Methaan is een krachtig broeikasgas, dat het klimaat maar liefst 28 keer sterker opwarmt dan CO2 (over een periode van 100 jaar). In berekeningen wordt 1 gram methaan daarom omgerekend naar 28 gram CO2 equivalenten (CO2eq). Volgens het rapport ‘Tackling climate change through livestock’ blijkt het methaangas dat via boeren en winden uit koeien weglekt goed te zijn voor een kleine helft van de klimaatimpact van de veehouderij (2.2 gigaton CO2eq).

In levenscyclusanalyses is het aandeel van methaan goed af te lezen en bepalend voor de grote impact van rundvee producten als vlees, kaas en melk.


 

Methaan is een broeikasgas dat verschillende bronnen heeft. Er wordt onderscheid gemaakt tussen methaan emissie veroorzaakt door menselijk handelen en door natuurlijke processen. Onder het eerste valt enterische fermentatie (opboeren van methaan door dieren), mestopslag, vuilnisbelten, methaan dat ontsnapt uit rijstvelden en gasverliezen bij het winnen van fossiele brandstoffen. De natuurlijke processen waarbij methaan vrijkomt spelen zich af in moerassen, de tropen, termietenheuvels, smeltende toendra’s en vulkanische activiteiten.

Volgens berekeningen draagt methaanuitstoot als gevolg van herkauwen en mestopslag circa 30% bij aan de totale jaarlijkse methaanuitstoot veroorzaakt door mensen en voor 16% bij aan de totale jaarlijkse methaanuitstoot (dus inclusief methaanuitstoot van moerassen, smeltende toendra’s en termieten).

https://iopscience.iop.org/article/10.1088/1748-9326/ab9ed2


Voor kort werd het methaan dat vrijkwam bij het winnen van fossiele brandstoffen ongeveer gelijk geschat aan de methaanuitstoot veroorzaakt door landbouw. Een recente studie naar isotopen in ijskernen doet echter vermoeden dat het aandeel wat vrijkomt bij de winning van fossiele brandstoffen een stuk hoger ligt: 25-40% hoger dan eerdere schattingen.

https://www.carbonbrief.org/methane-emissions-from-fossil-fuels-severely-underestimated/amp?__twitter_impression=true

Netto toevoeging methaan door veehouderij

De vraag die na het lezen van deze informatie bij de boerin opkwam was hoe groot de bijdrage aan klimaatverandering als gevolg van methaan opgerispt door koeien nu daadwerkelijk was. De oorspronkelijke ecosystemen die ze vervingen waren immers ook bronnen van aanzienlijke methaanemissies.Tijdelijk met water doordrenkte of overstroomde ongerepte ecosystemen of ecosystemen met een hoge dichtheid van wilde hoefdieren of termieten kunnen dezelfde hoeveelheid of zelfs meer methaan per hectare en per jaar hebben uitgestoten dan na landwinning en gebruik. De netto antropogene methaanuitstoot van bepaalde agro-ecosystemen zou dus nul kunnen zijn of zelfs een negatieve waarde kunnen aannemen.

Er is bijvoorbeeld een schatting gemaakt dat in de pre-Europese nederzetting Noord-Amerika de methaanuitstoot van wilde herkauwers (o.a. bisons, circa 50 miljoen) gelijk was aan 86% van de Noord Amerikaanse veestapel van vandaag.

https://pdfs.semanticscholar.org/a9a0/8cf4be0b758ac14921e8c27a1a9c9a58a4a3.pdf

stapel bisonschedels na jacht

Om het effectieve door de mens veroorzaakte deel van de emissies van de beheerde ecosystemen te krijgen, zou eigenlijk de referentie-emissies van de inheemse ecosystemen van vóór de klimaatverandering in mindering moeten worden gebracht op die van de huidige agro-ecosystemen. Het weglaten van deze correctie leidt tot een systematische overschatting van het opwarmingspotentieel van de veehouderij (en een overschatting van het bannen van vlees uit ons dagelijks menu).

https://sinjajevinascience.files.wordpress.com/2020/02/manzano-white-climate.pdf

Kortlevend

De boerin begon het steeds meer te begrijpen. Doordat koeien enorm veel methaan oprispen dragen ze bij aan het verhogen van de methaanconcentratie in de atmosfeer en de klimaatverandering. Maar de effectieve bijdrage van dit methaan aan klimaatverandering ligt waarschijnlijk lager omdat de oorspronkelijke natuurlijke ecosystemen in het verleden ook methaan uitstootten.

Toch bleef er nog iets knagen. Ze had namelijk ook gelezen dat methaan een korte levensduur heeft. Dit in tegenstelling tot CO2, dat vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen zoals olie, gas en kolen, dat zich voor eeuwen in de atmosfeer opstapelt. Methaan wordt echter na ongeveer twaalf jaar afgebroken en omgezet in CO2 (wanneer afkomstig uit de korte cyclus geen toevoeging). Dit houdt in dat wanneer jaren lang elk jaar eenzelfde hoeveelheid methaan wordt uitgestoten, door bijvoorbeeld een rundveestapel of rijstveld, deze methaanuitstoot geen invloed heeft op de verdere temperatuurstijging (de concentratie methaan verandert niet). Een constante methaanconcentratie heeft invloed op het temperatuurniveau, zoals een kruik in een warm bed, maar zorgt niet voor een temperatuurstijging.

Dit in tegenstelling tot de CO2-emissies die vrijkomen bij het verbranden van diesel door trekkerwerk om mais te zaaien en te oogsten. Een deel hiervan wordt opgenomen door vegetatie en de oceanen maar het overschot stapelt zich voor eeuwen op in de atmosfeer (als een dikker wordende stapel met warme dekens), worden niet afgebroken, en dragen daardoor bij aan de wereldwijde temperatuurstijging (concentratiestijging van CO2).


Het oog van de boerin viel op een rapport waarin wordt gesteld dat de CO2-equivalent metriek, zoals die tot nog toe wordt toegepast, een verkeerd beeld geeft van de klimaatimpact van methaanemissies. In huidige rekenmodellen wordt gedaan alsof methaan het eeuwige leven heeft en zich opstapelt in de atmosfeer. Hierdoor wordt methaanemissie op de korte termijn onderschat en op lange termijn overschat. In de studie wordt een nieuwe metriek voorgesteld, GWP*, die zich richt op de opwarmingseffecten van de verschillende gassen, in plaats van op CO2 equivalenten.

Myles Allen, een van de onderzoekers van het rapport dat ook betrokken was bij het opstellen van de IPCC rapporten waarvoor de CO2-equivalent metriek werd bedacht, zegt in een interview over de nieuwe rekenmethode dat:

“De impact van de methaanuitstoot op de opwarming van de aarde verkeerd berekend wordt en vervolgens verkeerd geïnterpreteerd om het vee de schuld te geven van de klimaatsverandering. Door de huidige rekenmethodiek wordt de olifant in de kamer van klimaatverandering onderschat: het verbranden van fossiele brandstoffen.”

"Als we allemaal vegetarisch worden, maar we doen niets aan de uitstoot van fossiele brandstoffen, zullen we over vijf jaar in precies dezelfde positie verkeren als voorheen,"

https://www.darigold.com/new-methane-math-could-take-the-heat-off-cows/

Geen hoofdoorzaak maar deel van de oplossing

Nadat de boerin al die informatie had bestudeerd verwonderde zich erover hoe het sentiment heeft kunnen ontstaan dat we van vlees af moeten en gebruik van fossiel slechts hoeven te minderen terwijl dit juist omgedraaid zou moeten zijn om de klimaatverandering te stoppen.

Veeteelt als symbool voor de klimaatstrijd naar voren schuiven, leidt de aandacht alleen maar af van het echte probleem: het gebruik van fossiele brandstoffen. Deze moeten naar nul om klimaatverandering te stoppen.

Het reduceren van methaanemissies via veeteelt is een kans om de opwarming van de aarde te verminderen en andere emissies te compenseren. Maar het betekent niet dat het DE oplossing is voor de oorzaak van klimaatverandering, nogmaals: de verbranding van fossiele brandstoffen.

Toen Belle dit hoorde, vloog ze, als gevolg van het laten ontsnappen van haar opgehoopte scheten en boertjes, een gat in de lucht en dwarrelde een rondje door de wei. Wanneer ze het allemaal goed had begrepen waren zij en haar collega’s niet de hoofdoorzaak van klimaatverandering en kon ze door betere vertering van gras en plantenresten bijdragen aan het temperen van de klimaatverandering.

Na deze geruststellende gedachte ging Belle weer voluit grazen in de wei en lag die avond weer als vanouds onbezorgd onder haar geliefde eikenboom. Wat was het fijn om een koe te zijn!


woensdag 2 september 2020

Feit of fictie?*

 Steeds vaker lees ik stukjes of hoor ik in interviews dat de huidige tijd van sociale media en de daarmee samenhangende overvloed van informatie problematisch is. Allerlei informatie wordt tegenwoordig binnen de tijdspanne van een muisklik of een swipe ingeladen en met de smartphone in de zak ligt de hele wereld binnen handbereik. Dat heeft zijn voordelen maar vooral nadelen.

Door de stroom aan informatie zijn we niet meer in staat om de veelheid van nieuws, informatie, propaganda, reclame, ontwikkelingen, veranderingen in ons dorp de wereld, te zien, verwerken en bevatten. Nepnieuws en andere gekleurde en misleidende berichtgeving vervuilen en verstoren de informatievoorziening, waardoor moeilijk is om te achterhalen wat waarheid of echt is en deskundigheid vaak wordt afgedaan als ook maar een mening. De kennis en mogelijkheden tot publiceren zijn niet meer voorbehouden aan de elite en met de toegang tot alle informatie en kennis kan ook het misverstand ontstaan dat je alles weet. We lopen hierdoor het risico gemanipuleerd te worden en halve waarheden of hele onzin te gaan geloven.

Daarnaast laat de sociale media een blik op de wereld zien die de realiteit verbergt achter vlogs, bewerkte beelden, interpretaties en schijnvertoningen. De wereld lijkt één grote fictie geworden waarbij zelfs realitysoaps zijn gescript. De honger naar werkelijkheid schijnt groter te zijn dan ooit.

Na mijn ontmoeting met Jean Pierre vraag ik mij af in hoeverre internet bijdraagt aan het geloven in zotheden en of het niet een menselijke eigenschap is om de wereld mooier te willen zien dan ze is.

Ik ontmoette Jean Pierre tijdens het kopen van postzegels in ons lokale postkantoor. Ons dorp heeft ongeveer vierhonderd inwoners en om het platteland leefbaar te houden ook een postkantoortje (en een bakker en een lunchcafé en een gemeentehuis en een lagere school en sinds kort ook een bibliotheek). Vijf dagen per week zit in een lokaaltje, van twee bij drie meter, van negen tot twaalf een dame die daar vermoedelijk 35 jaar geleden is neergezet. Aan de wand hang een vergeelde poster van een Renault 5 waar de post destijds mee werd rondgebracht en het meubilair is inmiddels weer hip en vintage. De dame ontvangt gemiddeld één klant per dag en is inmiddels specialist in haken en breien en sudoku en kruiswoordpuzzels.

Alleen de computer en de printer zijn van deze tijd en doen het niet. Een blikseminslag had de moderne apparatuur opgeblazen en de dame wachtte op de systeembeheerder die het haar weer zou aansluiten op het netwerk van La Poste. Helaas moet ik voor mijn postzegels die ik voor het bedrijf koop een factuur hebben en dus wordt er zonder blikken of blozen het blok met carbonpapier tevoorschijn gehaald. Met mooie krullende letters schrijft de dame in één keer foutloos de factuur uit. Ik krijg het origineel en zij bergt het doorslagvelletje op. Ondertussen komt Jean Pierre binnen. Ik ken hem alleen van gezicht en vriendelijk gedag zeggen, wat ik nu ook weer doe met een hoofdknikje. Via de dorpsglossy weet ik dat hij ooit vice burgemeester was van ons dorp en al enige tijd gepensioneerd is.

Het wordt al snel duidelijk dat hij meer van mij wil, hij begint een praatje over het weer en hij vraagt vervolgens of wij ook onze melk aan particulieren verkopen. Ik aarzel kort, want eigenlijk zitten wij niet te wachten op klanten die direct onze melk willen afnemen. Teveel gedoe en teveel tijd voor een kleine extra marge. Ik mompel iets over rauwe melk en Listeria maar Jean Pierre is volhardend. Hij overtuigd mij om te zeggen dat hij de overbuurman is van Georges. Een hoogbejaarde man bij wie wij elke week vier liter melk afleveren. Een klant die destijds bij de overname van het bedrijf ook was overgenomen.

Zodoende lever ik nu elke week twee liter melk af bij Jean Pierre en zijn vrouw. Ze wonen in een schattig vrijstaand huisje omringd door fruitbomen en weelderige bloemen. Een huishouden waarin zelfvoorzienendheid voorop staat. Elke week wordt er weer iets anders geplant, geoogst, ingemaakt, gedroogd of geslacht. Een deel van de tuin is afgezet met gaas voor de kippen, die zoveel mogelijk afval verwerken, en wat niet naar de kippen gaat wordt verbrand in de allesbrander op het terrasje voor de garage.

Het echtpaar is gevrijwaard moderne technologie, zoals internet en mobieltjes. Het wereldbeeld wordt gevormd door de nieuwsberichten die binnenkomen via de buren, de radio en eigen ervaringen. Autoriteit wordt gerespecteerd van mensen die daar voor opgeleid zijn. Kortom een leven gesierd door eenvoud, zonder complexiteit of enige vorm van opsmuk en luxe.

Wat Jean Pierre mij niet vertelde, toen hij om de melkleveringen vroeg, is dat hij zes hondjes heeft. Of, nou ja, wat daar voor door gaat. Ze hebben veel weg van uitvergrote ratten met lang haar en dito staart. De eerste keer dat ik melk kwam brengen, wachtten zij mij allemaal bij het tuinhekje op. Luid keffend, wat mij weerhield het hekje te openen. Een Franse vuistregel verteld mij dat hoe feller de kef, hoe kleiner het hondje, hoe groter de kans is dat je wordt aangevallen.

Gelukkig stond Jean Pierre mij op te wachten en nam over het hek, dat veilig gesloten bleef, de melk aan. Hij stelde mij vervolgens voor aan zijn hondjes. De oudste heette Tina en was veertien jaar geleden overgenomen van een overleden dorpsbewoner. De vijf andere hondjes bleken haar dochters. Het hek werd geopend en geen van de hondjes viel mij aan maar werd besnuffeld en besprongen. Ook Franse vuistregels zijn, godzijdank, niet altijd 100% betrouwbaar.

Tina look alike

Ook tijdens de Corona lockdown bleef ik op verzoek melk langsbrengen. Met mondkapje en ontsmettingsdoekjes om de melkflessen veilig af te leveren. Het werd mijn wekelijkse vlucht van de koeien, een puberende zoon en partner in midlife crisis. Zo gebeurde het dat ik Jean Pierre na een aantal weken neerslachtig bij het tuinhekje aantrof. Ik vroeg wat er aan de hand was en met een snik in zijn stem vertelde hij dat hij binnenkort afscheid moest nemen van Tina. Ik keek naar het hondje, of wat ervoor doorging, en ze zag er inderdaad nog beroerder uit dan anders. Haar felle kef was verstomd tot een gorgelend geluid, haar vacht was dof en ze had een gezwel onder haar buik, zo groot dat haar pootjes nog maar net de grond raakten. De dierenarts had voorgesteld om haar in te laten slapen maar Jean Pierre was er nog niet klaar voor. Hij wilde zichzelf en Tina nog één week de tijd geven om afscheid van elkaar te nemen.

Zo stond ik een week later weer bij het tuinhek en had thuis alvast geoefend om in mijn beste Frans condoleances uit te spreken voor het verlies van een hondje. Maar tot mij grote verbazing stond Tina mij luid keffend op te wachten en harder te kwispelen als ooit tevoren. Jean Pierre kwam aangesneld en vertelde mij verheugd dat Tina weer genezen was. Natuurlijk vroeg ik welk wonder er was gebeurd. Het bleek dat Jean Pierre had gebeld met een medium. Met de telefoonhoorn in zijn rechterhand en in de linker Tina had het medium haar kunnen genezen. Omdat hij zag dat ik er niets van geloofde, zette hij zijn verhaal kracht bij door te vertellen dat destijds ook zijn vrouw op die manier was genezen van kanker.  

Sprakeloos reed ik terug naar huis. Sindsdien vraag ik mij af dat wanneer we ons zorgen moeten maken dat internet door informatieoverload zorgt dat we de wereld niet meer kunnen bevatten en de sociale media de werkelijkheid mooier maakt dan ze is, hoe zorgwekkend het dan wel niet is wanneer de werkelijkheid fictie overstijgt? En, gezien de toestand van de wereld, moet ik niet het telefoonnummer van het medium zien te achterhalen?

*Doorhalen wat niet van toepassing is:

Elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen en/of personages berust op louter toeval

Om privacy redenen is in dit verhaal gebruikt gemaakt van gefingeerde namen

zondag 22 december 2019

Wat is er mis met schaamte?


Al een tijdje ben ik een beetje mismoedig. Het is er natuurlijk ook de tijd van het jaar voor. De dagen zijn kort, de zon verstopt zich al tijden achter wolken die een grijze sombere massa vormen en waaruit ook nog eens eindeloos veel regen lijkt te vallen. Buiten lijken alleen de honden zich niets aan te trekken van de mistroostige kale bomen, alle modder en natte mist die overal aan vast lijkt te plakken. Vrolijk huppelen ze achter opdwarrelende blaadjes aan en wanneer ze mij zien springen ze zonder gêne met hun modderige poten tegen mij aan. Ook dat nog. Ik was op weg naar de buitenwereld, had geen overall aan maar mijn enige setje schone nette kleren. Merde!

Ik blijf die middag maar thuis en scroll wat over het internet. Het is vooral kommer en kwel. In Frankrijk ontevreden treinpersoneel, onderwijzers en stakingen. In Nederland boze boeren en bouwers. Ook op het gebied van klimaatverandering valt er weinig te juichen. Het ene weerrecord na het andere wordt verbroken, Australië staat in brand en ondanks de technologische vooruitgang viel ook dit jaar Earth Overshoot Day weer veel te vroeg en is ook de CO2-uitstoot weer hoger dan de voorgaande jaren. CO2-emissie leidt niet meer tot opwarming of klimaatverandering maar tot een regelrechte klimaatramp met catastrofale gevolgen volgens de media. We zitten midden in de eindtijd en er moet iets gebeuren. Nu!

Wat volgt is het somberen over mogelijke oplossingen. Niets lijkt goed of voldoende. Wie gelooft dat een plas onder de douche, led lampjes indraaien, elektrisch rijden, windmolens, zonnepanelen en bomen planten voldoende zijn, gelooft in sprookjes. Onze honger naar energie is zo groot dat geen enkel alternatief, behalve drastisch minderen, een oplossing biedt. Geen vrolijk vooruitzicht na jaren van comfort en overvloed. Omdat het niet realistisch is te veronderstellen dat de mens uit zichzelf deze luxe opgeeft, lijkt aanspreken op de moraal de enige uitweg te bieden.

Overvloed aan schaamte
Zodoende wordt er tegenwoordig een overvloed aan schaamte gepropageerd. Vliegschaamte, vleesschaamte, café latte schaamte, huisdierenschaamte, elektrische big fat bike schaamte, ga zo maar door. Duurzaamheid lijkt een religie te zijn geworden waarbij vervuiling de zonde is, er wordt ingespeeld op het angst- en schuldgevoel maar niemand naar de hemel gaat omdat de eisen onhaalbaar zijn. Wat rest is een onbehagelijk gevoel en een hele industrie die drijft op de behoeften van vergeving en zingeving.

Op de (a)sociale media nemen we elkaar de maat en branden we elkaar af. Deugmensen laten zien hoe sober ze hun kerstfeest vieren met een ge-upcycled kadootje, vervaardigd tegen een eerlijke prijs in een atelier ergens ver weg en ingepakt in de nieuwste hippe herbruikbare linnen doek, à 15 euro. Vervolgens staat de rechtse populist in de rij om te wijzen op de hypocrisie die hier achter schuil gaat. Niemand is perfect. Gaat de deugmens op fietsvakantie dan is er wel iets mis met de oplaadbare batterijen in het techno-ding dat hem de wegwijst of dat hij, nog erger, wel eens heeft gevlogen.

De wijzende opgeheven vingertjes, krijgen een dikke middelvinger terug
De moralisering van het klimaatdebat lijkt funest voor het draagvlak èn de planeet. Zelfs deugen deugt niet meer. De wijzende opgeheven vingertjes, krijgen een dikke middelvinger terug.

Door uit te dragen dat je door schaamte iets laat, beschaam je anderen weer. Je spreekt iemand aan op zijn identiteit en dat is zelden de opmaat voor een goed gesprek, dan moet de ander wel de hakken in het zand zetten.

Volgens sociale wetenschapper Arthur Brooks leven we in een cultuur van minachting (Culture of contempt) waarbij we niet meer naar elkaars argumenten kijken maar we de ander meteen in het kamp ‘moreel geperverteerd’ indelen. We denken dat eigen idealen voortkomen uit goedheid en de idealen van de tegenstander uit eigenbelang, bekrompenheid en haat (motive attribution symmetry). Een paar minuten Twitter en je begrijpt wat hij bedoelt.

Het probleem is volgens Arthur Brooks dat hiermee niets wordt opgelost. De ander wordt uitgesloten en met iemand voor wie je minachting hebt sluit je liever geen compromissen. Als oplossing heeft hij dat we moeten leren het beter met elkaar oneens te zijn (onenigheid is goed, leidt tot competitie en betere oplossingen). Dus niet over en weer negeren, beledigen of vernietigen maar zoeken naar gedeelde waarden, wat is het werkelijke probleem van de ander en vanuit daaruit zoeken naar oplossingen.

Van morele naar schone handelingen
Een andere oplossing is wellicht de klimaatproblematiek minder te benaderen vanuit een ethisch plichtsbesef. Nu lijkt het vaak zo dat elke actie die gedaan moet worden een enorm offer is en een morele handeling. Terwijl die morele plicht juist ingaat tegen wat je geneigd zou zijn te doen. Je doet het eigenlijk liever niet. Filosoof Arne Naess spreekt over “schone handelingen” en “morele handelingen”, waarbij een schone handeling iets is waarbij je handelt vanuit intrinsieke motivatie. Iets wat je mooi vindt, wil je eerder beschermen dan wat je lelijk vindt maar moet redden vanwege het opgeheven vingertje van de moraal. Dit reikt verder dan het bedenken van vegavreugde of treintrots. Je vindt intrinsiek dat er iets moet gebeuren, niet om bij een groep te horen of uit angst buitengesloten te worden

Tenslotte is het misschien ook handig in te zien dat al die schaamte het probleem bij de individu legt terwijl het klimaatprobleem van iedereen is. Om collectieve problemen op te lossen is individueel verantwoorde dingen doen of kopen niet voldoende. Een beter milieu begin niet bij onszelf maar doordat wijzende vingertjes en dikke middelvingers elkaar de helpende hand toereiken en doordat multinationals en overheden goede (inter)nationale afspraken maken.

Elkaar minder minachten, het beter leren met elkaar oneens te zijn, van morele handelingen schone handelingen maken, niet met een verheven vinger wijzen of de middelvinger opsteken maar elkaar de hand toereiken. Wie wel eens een half uurtje op Twitter heeft gedwaald, weet dat dit een enorme uitdaging is. Toch wil ik iedereen een schaamteloos mooi 2020 toewensen. Al is het maar omdat de onderstaande lijn zich misschien doortrekt.