maandag 9 september 2013

Evenwicht in beweging

Alweer een tijdje geleden werd mij door diverse specialisten aanbevolen dat ik, vanwege de aanhoudende problemen met mijn heup, maar beter kon stoppen met impact sporten als karate en hardlopen. Wanneer ik dan toch iets aan sport wilde doen, werd mij zwemmen en fietsen aanbevolen.

Over mijn zwemervaringen heb ik al eens iets geschreven (zie: http://boerininfrankrijk.blogspot.fr/2012/03/karate-zwemmen-en-dromen-die-voorbij.html) en omdat ik nu ook regelmatig op de fiets zit leek mij het aardig hier eens wat over te schrijven.

Na jaren de fiets alleen maar gezien te hebben als een transportmiddel, van woon- naar werkplek en van vakantiebestemming A naar B, had ik nooit gedacht een sportieve fietser te worden. Sportief fietsen was voor drugsverslaafden, mannen met een te dikke buik of mensen met een doktersadvies die echt niet iets anders meer konden. Want fietsen is saahaai. Althans dat dacht ik voordat ik een mountainbike kocht omdat de realiteit is dat ik onder de laatste categorie van afgeschreven sporters val. Gelukkig is in werkelijkheid fietsen hartstikke leuk en net als joggen of karate een gevecht tegen jezelf en de elementen.

Omdat Rocco afgelopen week, na twee maanden vakantie, weer op school zat en ik hierdoor kampte met een legenestsyndroom besloot ik de fiets te pakken om dit gevoel weg te fietsen. Inmiddels heb ik een erg mooi rondje ontdekt die voert langs het karakteristieke landschap van de Creuse dat is gevuld met oude gehuchtjes, glooiende weilanden, kleine meertjes en bos. Daarnaast is bijna de gehele route onverhard (circa ¾) zodat je je al snel ver weg van de bewoonde wereld waant.

In vijf minuten heeft de fiets mij midden in het landschap getrokken. Ik voel, hoor en ruik de natuur: Wind die door de haren strijkt, de zon die op de benen brandt, kwetterende vogels, tjirpende krekels, limousine kalfjes die schichtig wegrennen of juist nieuwsgierig een eindje met mij meelopen, oogverblindende goudgele geschoren graanvelden afgewisseld met de koelte van het bos.

De bospaden vergen uiterste concentratie. Het verkeerd raken van een boomwortel of steen kan fataal zijn. Voor je het weet lig je op de grond. Ook plassen kunnen verraderlijk zijn. Door de ene kun je zonder problemen heen spatten en door de ander zak je tot je vooras in de modder. Helaas weet ik inmiddels precies welke dit zijn.

Ondertussen bereik ik een klim van, voor mij, de eerste categorie. Deze biedt mij de meeste uitdaging. Een gevecht van de helling tegen mijn wilskracht. De aandacht voor de omgeving versmalt en richt zich nog enkel op het pad onder mij. Ik weet precies welke steen of boomwortel ik moet ontwijken om te voorkomen dat mijn voorwiel wordt opgetild en ik achterover sla. Het tempo daalt drastisch, heb moeite om mijn balans te houden en nostalgisch dwalen mijn gedachten af naar het verleden: Naar de tijd dat ik leerde fietsen. Het moment dat mijn vader mij op het juiste moment losliet, een laatste duwtje gaf en mij het broze gevoel van evenwicht in beweging leerde. 'Blijf bewegen! Anders val je!' Eén van de beste adviezen die een vader zijn kind kan meegeven.

Inmiddels zijn mijn benen zo verzuurd en ben ik zo buiten adem dat ik nog wel zo’n duwtje kan gebruiken. Maar gelukkig vlakt de helling alweer af. Ik heb de top gehaald! Ik hoor een zucht van verlichting waarvan ik weet dat deze niet van mij is. Ik blik vooruit en zie een zakenbolide het bospaadje blokkeren. De wagen schudt zachtjes heen en weer en door de ruiten zie ik twee silhouetten die schijnbaar ook een hoogtepunt hebben bereikt.

Daar de deuren van auto wagenwijd openstaan, links van het pad brandnetels groeien en rechts braamstruiken, is de enige uitweg het belletje van mijn fiets voorzichtig te laten pingen. Er volgt geen reactie. Vervolgens schraap ik mijn keel en laat ik een achteloos kuchje horen. Opgeschrikt worden de deuren ietsjes dicht getrokken zodat ik kan passeren. Helaas moet ik afstappen om langs dit obstakel te komen waardoor mij per ongeluk een zacht ‘putain’ ontglipt.

Schijnbaar heel toepasselijk want tijdens deze passage valt mijn blik ongewild in de auto. Ik zie een veel te jong mooi meisje, verscholen achter een dikke laag make-up, met een veel te oude vieze man. Vlug worden enkele lichaamsdelen afgedekt en worden er wat tissues naar buiten geworpen. Tot mijn grote schrik blijft één van de tissues kleven aan mijn voorband.

Ik stap weer op mijn fiets maar weet niet zo snel wat ik met dat plakkerige zakdoekje dat aan mijn voorband kleeft moet doen. Inmiddels heb ik de laatste jaren een groot deel van mijn smetvrees overwonnen. Ik raak niet meer in paniek wanneer er wat koeienvlaai in mijn haren spettert, durf nageboorte van een koe in een emmer te scheppen en weg te gooien en ruim regelmatig de muizenresten op die onze poezen voor onze voordeur als cadeautje deponeren. Maar dit doekje met de blote hand verwijderen is mij net iets teveel van het goede.

Tot mijn grote opluchting valt het doekje er na enkele meters fietsen vanzelf weer af. Maar helaas zie ik ondertussen overal tissues liggen en moet ik telkens aan het gebeurde denken. De omgeving is inderdaad uitdagend voor een romantisch uitstapje maar die weggeworpen tissues doen de maagdelijke schoonheid van mijn fietsroute geweld aan. Ik merk dat ik uit mijn evenwicht ben gebracht doordat ik met mijn gedachten teveel stil sta bij de doekjes.

Gelukkig krijgen mijn gedachten weer een duwtje doordat ik een stijle afdaling nader die al mijn concentratie vergt. Stilstaande gedachtes zijn niet geoorloofd. Het beste is het linker karrespoor te volgen en niet met volle snelheid door de laatste scherpe bocht te gaan. Ik kom uit op een paadje waar de limousine kalfjes altijd aan de verkeerde kant van de afrastering rustig in de berm liggen en even later schiet een reetje voor mij het bos in. Ik voel me weer één met de natuur.


Thuisgekomen zie ik een doos met tissues op de keukentafel staan. Vragende blikken staren mij na wanneer ik deze ongevraagd veilig in de kast opberg.