donderdag 3 november 2011

Bijles wiskunde

Zo af en toe word ik gevraagd mijn buurmeisje te helpen met haar wiskunde opgaven. Dat doe ik graag. Want wees nu eerlijk. Je hebt gewoon een handicap wanneer je in Frankrijk wiskunde moet leren. Ondanks dat Frankrijk grote wiskundigen heeft voortgebracht (Pascal, Poisson, Poincare), kunnen ze niet eens fatsoenlijk tot honderd  tellen. Tot het getal negenenzestig lukt het nog maar dan gaan ze gek doen. Soixante-dix (60+10) staat voor het getal zeventig en bij tachtig wordt het nog gekker: Quatre-vingt (4x20), wat staat voor het getal tachtig.

Al jaren vraag ik mij af waarom Fransen niet kunnen tellen. Wanneer ik deze vraag voorleg aan een Fransman, word ik altijd een beetje schaapachtig aangekeken. Dat is gewoon zo. Net zo gewoon als dat je elk najaar de boel plat legt en gaat staken, dat andouilette een delicatesse is en dat cheques nog een wettig betaalmiddel zijn

Dan maar eens navragen bij onze veearts. Een geleerde man die altijd wel een antwoord heeft op boeiende vragen. Hij wist mij te vertellen dat de Franse telling heeft te maken met het vroegere monetaire stelsel. Er werd geteld met muntjes van twintig cent en vandaar dat tachtig wordt aangeduid met quatre-vingt. OK, klinkt plausibel maar waarom wordt zestig dan niet aangeduid met trois-vingt? Hebben er dan munten van zestig centimen bestaan? Waar komt dan het getal soixante-dix (zeventig) vandaan?   
Daar onze veearts geleerd is maar ook Belg, ben ik maar eens een avondje gaan googlen.

Via de gebruikelijke omwegen en afleidingen wanneer je iets probeert op te zoeken op internet (wat betekent het getal google, decimale, vijftallige, octagonale, binaire en vigesimale stelsels, het faculteitssysteem, Poincaré, Maanzaadstraat) kwam ik uiteindelijk terecht bij Zonnekoning Lodewijk de XIV.

De geschiedenis vertelt dat deze bijzonder ijdele man ook een dagje ouder werd en op een gegeven moment geen decenium ouder meer wilde worden. Na zijn negenenzestigste levensjaar werd hij daarom  zestig tien (soixante dix). Dat klinkt namelijk een stuk jonger dan zeventig. Vanaf die tijd moest het volk dus tellen volgens de wil van de koning. Geen wonder dat het volk in opstand kwam en er een revolutie uitbrak.

Opeens bekruipt mij een onaangenaam gevoel. Indien koningen bepalen hoe het volk telt, hoe gaat het dan met de toekomst van Nederland? Kan prins Willlem Alexander eigenlijk wel tellen?

Hieronder een filmpje dat verklaart waarom Nederlanders zo goed kunnen tellen:

zondag 16 oktober 2011

Regen in augustus

mais'kuil' 2011

Begin maart hoorden we de boeren al klagen. Het was veel te droog. Zelf had ik er niet zoveel problemen mee. Lekker genieten van het mooie weer en die regen zou vast wel een keertje komen. Boeren hebben al snel de neiging om over het weer te klagen is de ervaring na een aantal jaren leven op het Franse platteland.

Maar eind juni begonnen wij het toch ook aardig warm te krijgen. Sinds maart was er nauwelijks regen gevallen en moesten we zelfs enkele hectares maïs opnieuw inzaaien. Vanwege de droogte was er van de 27 hectare ingezaaide maïs, er vijf hectare niet opgekomen. En met de doorgaans droge maanden juli en augustus voor de boeg, werd de kans op een drupje regen steeds kleiner.

Eind juli zagen wij een natuurramp op ons af komen. Alles om ons heen was dor en droog, geel en bruin. Onze waterbron was gestopt met stromen en waren nu voortaan van duur stadswater afhankelijk. Maïsplanten die een meter hoog hadden moeten zijn, lieten slechts kleine gele puntjes zien. Zelfs de bladeren van bomen begonnen geel te verkleuren. Op de televisie kwamen elke dag wanhopige boeren in beeld, geïnterviewd op hun verdorde akkers.

We begonnen stilletjes te denken aan de catastrofale gevolgen van de aanhoudende droogte en de mogelijk te ondernemen acties. Geen maïs en geen hooi betekent geen voer voor de koeien in de winter. En geen voer betekent geen melk en dus geen inkomen. Gelukkig hadden we een klimaatverzekering afgesloten die een gedeelte van de geleden schade zou dekken. Maar ook in de rest van Frankrijk was het droog dus aankoop van voer zou een kostbare zaak gaan worden. En misschien wel door de verwachte schaarste wel helemaal niet mogelijk. Formulieren voor de aanvraag voor noodhulp werden ons toegestuurd en ingevuld.

Maar toen kwam mijn zusje, begin augustus, voor een weekendje over met een vriendin. Zij is altijd het zonnetje in huis maar weet ook altijd regen naar zich toe te trekken. Voor hun vertrek voerden ze dus een regendansje op en nog nooit waren wij zo blij met zoveel regen in augustus.

En op het journaal? Daar kwamen nu elke dag ontevreden strandtenthouders en campinggasten in beeld. Geïnterviewd voor hun ondergelopen tenten. Niet alleen boeren hebben altijd wat te klagen. 

September 2010: Ontwaken in september

Bijna niets is mooier dan het ontwaken van een septembermorgen.
Net als alle andere ochtenden gaat de wekker net iets te vroeg en geniet ik nog van één ‘snooze’moment. Omdat ik ook de jongste niet meer ben, fiets ik wat in de lucht, rek ik mijn rug en achillespezen voordat ik het bed uit stap. Ik sluip nog even de kamer van Rocco binnen. Geniet een moment van de zorgeloosheid en absolute rust die hij uitstraalt. Dek hem af met de afgetrapte lakens en dekens en stommel voorzichtig de trap af naar de keuken. Dat stommelen gaat natuurlijk langzaam over in een stille tred want zo’n ochtendplas laat niet met zich sollen. Voor de plas nog even snel het koffiezetapparaat aanzetten zodat ik na het toiletbezoek de leegte in mijn blaas gelijk weer kan afvullen met een koffieverkeerd.
Tijdens de koffie laat ik me via internet snel informeren over het laatste nieuws in de wereld, zorg ik op subtiele manieren dat ook Guus zijn bed uitkomt en maak ik me klaar voor het wekken van de koeien. De honden, Bobbie en Jacko, hoeven niets te rekken of te drinken en staan direct klaar om mee te doen. Lang leve de nieuwe dag.
Daar ochtenden in september koud en donker zijn, hul ik me in een extra trui en overall en pak ik de zaklamp. Aangekomen bij de nachtweide schijn ik met de lamp door de weide en zie ik dat alle koeien willekeurig verspreid over de wei liggen te herkauwen. Een teken van een gezond koppel koeien doch wat extra loopwerk voor mij. Maar wat geeft het? Het is een mooie september ochtend. Het is koud, dus de hemel is helder en het land schittert onder de volle maan en de sterren. In de verte blaffen honden, roepen uilen en brullen koeien. Dat zijn vast Limousin koeien. Holsteiners doen zoiets niet.
Ik begeef me samen met de honden de weide in. De honden weten direct wat hun te doen staat. Ver van de koeien vandaan snuffelen in muizenholletjes en andere dingetjes waarmee ik dit verhaaltje niet wil bederven. En ik? Ik maak een eerste ronde door de wei en geef alle koeien om de beurt voorzichtig een prikje. Guus vindt dat ik ze direct moet opjagen maar ik geef ze liever eerst een prikje. Net als een mens heeft een koe ook last van een ochtendplas en daar laat je je niet bij opjutten. Ik doe dus liever twee keer een ronde door de weide dan dat ik vierenzestig keer moet wachten totdat een koe eindelijk wil worden opgejaagd.
De tweede ronde door de weide is veruit de mooiste. Achter de bomen kiemt het voorzichtig oranje en een nieuwe dag gaat beginnen. Ik mag de koeien nu opjagen en klos gemoedelijk met ze mee richting de melkstal. Er zet een tedere nevel in die zich als een zachte deken over de nieuwe dag wikkelt. In de verte hoor ik nu fazanten weg fladderen. De honden rennen er zoals gewoon is kansloos achterheen. Voorzichtig geniet ik nog even van de stilte en voel dan mijn voeten langzaam onder me weg glijden. Voordat ik het weet lig ik op de grond. Merde!!!.... Letterlijk en figuurlijk…