vrijdag 13 januari 2012

Kippenleed

Veel mensen op deze wereld eten geen vlees. Meestal omdat ze geen geld hebben voor een luxe stukje vlees maar ook omdat ze ziek worden van vlees of er uitslag van krijgen (onvrijwillige vegetariër). Ook zijn er veel mensen die geen vlees eten vanwege geloofsovertuigingen (vrijwillige vegetariër). Bepaalde godsdiensten verbieden bijvoorbeeld het eten van onreine varkens of heilige koeien. En zo bestaan er ook mensen die geen godsdienst aanhangen maar geen vlees eten omdat ze geloven dat de mens niet verheven is boven de natuur (ecologisten) of omdat ze medelijden hebben met de dieren die door ons worden opgefokt om vervolgens te worden geslacht en opgegeten.


Naast bovengenoemde vegetariërs bestaan er de carnivoren. Ook hier weer onder te verdelen in twee categorieën: De mensen die gewetenloos vlees eten, gewoon omdat ze het lekker vinden (vrijwillige carnivoor). En de mensen die vlees eten omdat ze het zo lekker vinden maar hierbij last hebben van hun geweten en zich gewoonweg niet kunnen beheersen (onvrijwillige carnivoor). Hun vlees is zwakker dan de wil.

Tot de laatste categorie behoor ikzelf. Graag zou ik een nobele vegetariër willen zijn die haar ondergoed bij de HEMA kan kopen zonder te worden verleid door de geur van overheerlijke rookworsten. Je kunt dit vermijden door te emigreren naar Frankrijk, waar ze geen HEMA hebben, maar daar hebben ze wel weer andere verleidelijke worsten. (Met uitzondering van de andouillette dan natuurlijk. Na het eten van dit worstje wordt zelfs ik spontaan vegetariër…)

Liedje over onvrijwillig vlees eten (skik - dreuge worst):

Kansloos probeer ik altijd argumenten te bedenken waarom ecologisten geen gelijk hebben. Hoe absoluut moet je gaan met de stelling dat de mens niet verheven is boven de natuur? Laat ik de natuur zijn gang gaan en mijn spruiten in januari opeten door rupsen of verwijder ik deze? Moeten we ingrijpen wanneer iemand doodziek is van een bacterie of laten we de zieke op natuurlijke wijze strijden tot de dood erop volgt?
Wat te doen met deze rupsen?

Ook kun je je afvragen hoe ver je moet gaan met het bestrijden van dierenleed. Ga je op de bres voor de antilopen op de Afrikaanse savanne die bedreigd worden door een leeuw en een gruwelijke dood worden ingejaagd? En red je een zebra met een gebroken poot van de hongerdood?

Wanneer ik in mijn groentetuin rondloop en naar natuurfilms kijk, besef ik hoe wreed de natuur eigenlijk is. Vaak is het eten of gegeten worden. Zo is het ook met de mens. Een mens eet nu eenmaal graag vlees. Maar dat bekent niet dat hij op wrede wijze met andere beesten moet omgaan. Dit is geen reden voor verschijnselen als plofkippen, legbatterijen, snavelbranden, onverdoofd castreren, enz. In een film over het bijzondere leven van Temple Grandin, een autistische briljante ethologe, werd dit mooi verwoord in het zinnetje:

‘Nature is cruel, but we don't have to be '. 




Daarom noem ik mij een humanistische carnivoor. Ik probeer zoveel mogelijk vlees en zuivelproducten te eten waarvan ik weet dat de dieren een humaan leven hebben gehad en de veehouders ook.

Voor rundvlees en melk is dat geen moeite op onze melkveehouderij en in een eerder blog heb ik wel eens verteld over onze varkens. Zorgeloos kan ik dit rund- en varkensvlees eten. Op ons bedrijf hebben de dieren naar mijn mening een goed leven gehad en weet ik dat hun verzorgers zo af en toe ook hun gelukkige momenten hebben. Het enige wat nog ontbrak op onze boerderij waren kippen. Deze had ik dan als overtuigd humanistisch carnivoor op mijn verjaardagslijstje staan afgelopen jaar.

Guus spande zich vervolgens enorm in en bestelde via internet een mooi kippenhok. En omdat hij weet dat ik van klussen houd, mocht ik deze zelf in elkaar timmeren op mijn verjaardag. De palen van de afrastering voor de ren werden door een goede vriend in de grond geslagen en de afrastering zelf werd aangebracht door familie. Zes weken later kwamen uiteindelijk de kippen. Gekocht door een zus van Guus die vond dat ik nu wel lang genoeg had gewacht op mijn verjaardagskado.

Het waren vier mooie exemplaren. Twee bruine en twee zwarte. Ze leken het erg naar hun zin te hebben in hun nieuwe onderkomen en ook ik had het naar mijn zin. Niets geeft meer inzicht dan het aanschouwen van rondscharrelende kippen.

Ook Rocco werd aangetrokken tot de kippen. Uren heeft hij tijdens de melkbeurten in de ren gezeten met een kip op schoot. Totdat hij mij tijdens een avondmelkbeurt bij zich riep. Er was een kip dood. Per ongeluk te hard geknuffeld, bleek later. Rocco was natuurlijk enorm geschrokken en ik sprak hem bestraffend toe: 
De natuur is wreed maar dat betekent niet dat jij dat ook moet zijn!?!


geluk
We moesten het dus voortaan doen met drie kippen. Die zich inmiddels zo vrij voelden dat ze ook buiten de ren rondscharrelden. Het was een mooi gezicht die drie kippen elke ochtend, nadat ze ieder een ei hadden gelegd, al kakelend met grote passen over het erf te zien stappen ondertussen scharrelend naar jonge groene blaadjes en wormen. 's Avonds keerden ze trouw terug naar hun hok dat bescherming bood tegen sluwe vossen en wrede hermelijntjes.

Aan dit alles kwam een einde tijdens een kort verblijf in Parijs. Gedurende onze driedaagse afwezigheid zag onze hond Jacko de kans schoon twee kippen in de nek te grijpen. Het erge was dat ze de kippen geeneens had opgegeten maar slechts had gedood voor de lol. Twee dagen heb ik de hond niet aangekeken of geaaid. Ook heb ik haar bestraffend toegesproken: 
De natuur is wreed maar dat betekent niet dat een gedomesticeerde hond als jij dat ook mag zijn!
Jacko toch!
De overgebleven kip was natuurlijk enorm getraumatiseerd. Van de leg en twee weken lang heeft ze zich verscholen in haar veel te grote lege hok. Totdat ik op een ochtend maar liefst twee vers gelegde eieren vond. Ook durfde ze haar hok weer uit en rond te scharrelen in de ren. Een dag later ging het zelfs weer zo goed met haar dat ze de ren uit sprong en als vanouds weer fladderde over het erf en de weilanden. Met grote parmantige stappen scharrelde ze haar blaadjes en wormen bij elkaar...

Dat is het laatste beeld dat ik van haar heb. Waarschijnlijk is haar iets natuurlijk wreeds overkomen. Maar gelukkig ben ik een mens en bedenk me dus dat ze vast op reis is. De wereld ontdekken en mooie hanen ontmoeten. Of nog beter: ze scharrelt wat rond in de kippenhemel en kakelt samen met haar vriendinnen van vroeger...

dinsdag 13 december 2011

ZEN, de martiale kunsten en kalfjes voeren

Meer dan 25 jaar heb ik me bezig gehouden met karate en tot voor kort ook met judo. Mede hierdoor en enkele bevlogen karate leraren, heb ik me een tijd lang verdiept in de zin van zen. Zen zorgt voor een kalme geest en kan conflicten voorkomen. De paradox van vechtkunsten is dan ook dat de geleerde technieken uiteindelijk niet nodig zijn.
onnodige oefening van een karate trap?
Zonder al te vaag te worden, zal ik hieronder proberen uit te leggen hoe zen werkt en hoe het mij helpt onze kalfjes te voeren.

Zen leert je een juiste focus te krijgen voor het moment waarbij je je niet laat beïnvloeden door externe of interne gebeurtenissen. Je wordt als het ware één met het moment waardoor je het moment helderder kunt waarnemen en vervolgens juist handelt.

De vraag is nu wat zen in vredesnaam met kalfjes voeren te maken heeft? Wat is er nu vreedzamer dan zo’n lief kalf met de allermooiste Bambi-ogen op schoot te nemen en te vertroetelen met een lekkere warme fles moedermelk?

Voorbeeld van een verwend kalf
Dit is natuurlijk een erg romantisch beeld van kalfjes voeren. In werkelijkheid heeft een boerin die 400 dingetjes op een dag moet doen, geen tijd om na het melken zo’n kalfje vijf minuten lang te knuffelen. Zeker niet wanneer zoiets twee keer per dag moet gebeuren en er nog tien kalfjes wel zo’n fles willen. Dan is, in twee minuten de emmers met melk voorzetten, tussendoor even wat van die andere 400 dingetjes doen, en de emmers weer weghalen veel makkelijker.


En daar komt zen om de hoek kijken. Want een kalf uit een emmer leren drinken is meestal een strijd tegen alle oerinstincten in. Het kalf wil omhoog met zijn kop, want daar hangen normaal gesproken de spenen van zijn moeder, en de boerin wil de kop juist omlaag. In de emmer met melk. En om dat aan te leren is veel geduld en zen voor nodig.

Halverwege dit leermoment ben ik vaak niet meer zo zen. Laat me afleiden door interne gebeurtenissen (wil zo snel mogelijk klaar zijn want ik heb aan het eind van het melken honger en moet nog 400 dingetjes doen) en externe gebeurtenissen (bijvoorbeeld een Rocco die wel heel erg nodig pipi moet doen). Tijdens deze onoplettendheid stoot het kalf ongecontroleerd met zijn kop omhoog waardoor ik uit evenwicht wordt gebracht. Ik neem het moment niet meer helder waar: Het kalfje doet vast expres lastig en heeft het op mij gemunt. En verlies de controle over mijzelf: Stom kalf. @!#^grr... ik zal hem eens leren en laat me verleiden tot enkele technieken die na 20 karate beoefening inderdaad nergens voor nodig zijn.

Vaak laat ik het kalfjes uit emmers leren drinken dan ook graag over aan Guus. Die is daar veel geduldiger in (lees: veel sterker).

Maar goed ik zou mezelf niet zijn wanneer ik niet af en toe eens een uitdaging aan ga. Zo heb ik onlangs weer eens geprobeerd een kalf uit een emmer te laten drinken. Een mooi mannelijk exemplaar van 60 kg. Voor het melken alvast brood gegeten, dus honger gevoelens kunnen me niet afleiden, de buurvrouw past op Rocco en de geleerde judo grepen zijn vast ook effectief bij kalfjes.

Ik ga achter het kalf staan. Zet de emmer melk in de ring voor het kalf. Stop de vingers van mijn ene hand in de bek van het kalf en duw met de andere hand de kop van het kalf in de emmer. Met mijn voorover gebogen lichaam houd ik het lijf van het kalf in bedwang. Het kalf neemt zijn eerste slok, de tweede,... Probeert bij derde slok omhoog te stoten maar ik ben één met het kalf en anticipeer op het juiste moment. Ik voel een hoefje in mijn voet prikken en weet dat het kalfje hier niets mee bedoelt. Ik visualiseer de gevoelde pijn als een warme gloed die mij energie geeft. Ik ben volledig ZEN.

Maar dan... dan voel ik ook nog eens een warme gloed tussen mijn benen. Ook al ben ik even één met het kalf, ik weet heel zeker dat dat warme vocht niet van mij is...

Stom kalf!!! Wat nou paradox!?! Niks mee te maken! #@&{#@grr...

Misschien wordt het eens tijd me terug te trekken en echt tot rust te komen... Op een boerderijtje, op het rustige platteland, ergens in het midden van Frankrijk.
Bobbie is altijd zen

donderdag 3 november 2011

Bijles wiskunde

Zo af en toe word ik gevraagd mijn buurmeisje te helpen met haar wiskunde opgaven. Dat doe ik graag. Want wees nu eerlijk. Je hebt gewoon een handicap wanneer je in Frankrijk wiskunde moet leren. Ondanks dat Frankrijk grote wiskundigen heeft voortgebracht (Pascal, Poisson, Poincare), kunnen ze niet eens fatsoenlijk tot honderd  tellen. Tot het getal negenenzestig lukt het nog maar dan gaan ze gek doen. Soixante-dix (60+10) staat voor het getal zeventig en bij tachtig wordt het nog gekker: Quatre-vingt (4x20), wat staat voor het getal tachtig.

Al jaren vraag ik mij af waarom Fransen niet kunnen tellen. Wanneer ik deze vraag voorleg aan een Fransman, word ik altijd een beetje schaapachtig aangekeken. Dat is gewoon zo. Net zo gewoon als dat je elk najaar de boel plat legt en gaat staken, dat andouilette een delicatesse is en dat cheques nog een wettig betaalmiddel zijn

Dan maar eens navragen bij onze veearts. Een geleerde man die altijd wel een antwoord heeft op boeiende vragen. Hij wist mij te vertellen dat de Franse telling heeft te maken met het vroegere monetaire stelsel. Er werd geteld met muntjes van twintig cent en vandaar dat tachtig wordt aangeduid met quatre-vingt. OK, klinkt plausibel maar waarom wordt zestig dan niet aangeduid met trois-vingt? Hebben er dan munten van zestig centimen bestaan? Waar komt dan het getal soixante-dix (zeventig) vandaan?   
Daar onze veearts geleerd is maar ook Belg, ben ik maar eens een avondje gaan googlen.

Via de gebruikelijke omwegen en afleidingen wanneer je iets probeert op te zoeken op internet (wat betekent het getal google, decimale, vijftallige, octagonale, binaire en vigesimale stelsels, het faculteitssysteem, Poincaré, Maanzaadstraat) kwam ik uiteindelijk terecht bij Zonnekoning Lodewijk de XIV.

De geschiedenis vertelt dat deze bijzonder ijdele man ook een dagje ouder werd en op een gegeven moment geen decenium ouder meer wilde worden. Na zijn negenenzestigste levensjaar werd hij daarom  zestig tien (soixante dix). Dat klinkt namelijk een stuk jonger dan zeventig. Vanaf die tijd moest het volk dus tellen volgens de wil van de koning. Geen wonder dat het volk in opstand kwam en er een revolutie uitbrak.

Opeens bekruipt mij een onaangenaam gevoel. Indien koningen bepalen hoe het volk telt, hoe gaat het dan met de toekomst van Nederland? Kan prins Willlem Alexander eigenlijk wel tellen?

Hieronder een filmpje dat verklaart waarom Nederlanders zo goed kunnen tellen: