zondag 15 januari 2017

Reflectie in de metro

Aan het einde van 2016 legden wij ons vijfjaarlijkse bezoek aan Parijs af om ons paspoort te vernieuwen. Het is dan vooral een uitdaging om een Franse fotograaf te vinden die een pasfoto weet te maken volgens de Nederlandse instellingen. Blijkbaar hebben Hollandse kaaskoppen een zo afwijkende vorm dat we aparte instellingen nodig hebben.

Tijdens dit vijfjaarlijks bezoek worden mijn zintuigen behoorlijk uitgedaagd. Thuis op de boerderij ben ik gewend aan het beperkte scala van geuren zoals natte hond, koeienmest of ranzige melk. Verder is het, waar je ook kijkt, groen, grijs of blauw. Af en toe hoor je een vogeltje fluiten, een hond blaffen of een koe loeien. Zorgeloos kun je je zintuigen blootstellen aan de prikkels van het leven.

In Parijs wordt je wanneer je dit doet, bedwelmd door een mix van geuren die varieert van opgedroogde urine in de metrogangen en uitlaatgassen op straat tot exotische kookluchten uit een sushi-restaurant en een mengelmoes van de meest dure parfumluchten van flanerende toeristen op de Champs Élysée. Ook van het zicht en het gehoor wordt veel gevraagd. Van alle kanten kun je worden aangereden, tegen een groepje mensen aanbotsen die opeens besluiten een selfie te maken, hoor je remmende auto’s, muzikanten uit de metro en sirenewagens die af en aanrijden naar ziekenhuizen of mogelijke terroristische aanslagen.

Maar het meest in het oog springend zijn toch wel de reclameboodschappen. Overal waar je kijkt zie je posters met de laatste trend op het gebied van koptelefoons, koffie sensatie apparaten of evenementen die je niet mag missen. Geen enkele kale muur of zuil is onbeplakt en schreeuwt om je aandacht. Daarnaast wordt je op de toeristische plekken belaagd door straatverkopers die voor onwaarschijnlijke lage bedragen selfiesticks en miniatuur Eifel torentjes aanbieden. Een moment waarbij je even rustig voor je uit kunt staren om te mijmeren over het leven is er niet bij.

Geen wonder dat iedereen of strak voor zich uit kijkt of naar beneden staart, verdiept in zijn smartphone. De vraag is of je door het laatste minder wordt afgeleid.
Volgens Tristan Harris (voormalig productfilosoof bij Google en oprichter van de website http://www.timewellspent.io/) zijn applicaties en websites zo ontworpen dat ze zoveel mogelijk onze aandacht trekken en ons verslaafd maken. Omdat bij elke check van je telefoon het een verrassing is of je een nieuw bericht of notificatie hebt ontvangen is onze smartphone een gokkast geworden. Met als hoofdprijs een like van een vriend of een retweet van een bericht.

Daarnaast wordt via de websites die we aanklikken door grote bedrijven onze aandacht ongemerkt en ongevraagd doorverkocht en afhankelijk van onze muisklikken in het verleden krijgen we berichten te zien die worden bepaald door de algoritmes van dezelfde grote bedrijven. Hierdoor en doordat we op sociale media en fora toch mensen of sites opzoeken die hetzelfde roepen als wij
dreigen we langzaam onze aandacht en het contact met de werkelijke wereld te verliezen.

Matthew Crawford waarschuwt in zijn boek ‘The world beyond your head’ dat de werkelijkheid op deze manier steeds verder wordt vervangen door een virtuele realiteit. Een idyllische wereld die zich aanpast aan onze wensen en waarin de frustraties en conflicten van het werkelijke leven niet bestaan. Ieder beleeft hierdoor zijn eigen internet filter bubbel waardoor we geen aandacht meer hebben voor de concrete dingen en mensen om ons heen.

Dat dit jammer is, blijkt bijvoorbeeld wanneer je in de Parijse metro stapt. Voorheen had ik tijdens deze korte ritjes nog wel eens leuk oogcontact met een knappe Fransman. Met een beetje geluk speelde een metromuzikant een cover van Une Belle Histoire totdat bij de volgende halte moest worden uitgestapt om weg van het leven verder te bewandelen. Ondergrondse metroritjes waren extra spannend vanwege de reflectie van de metroramen. Oogcontacten losten langzaam op in een dagdroom door de naderende verlichting van de volgende halte.


Maar wanneer ik nu door de metrogangen zoef en in de weerspiegeling staar, zie ik slechts dat de blikken van de charmante Fransmannen zijn gericht op hun telefoontjes. Wanhopig vraag ik me af of die internet filter bubbels nog zijn door te prikken. En of we ons er genoeg van bewust zijn dat onze keuzevrijheid wordt bepaald door een handvol grote bedrijven en dat we onze aandacht (die ongemerkt handelswaar is geworden) voor elkaar langzaam aan het verliezen zijn. Misschien dat we maar eens moeten beginnen met het beperken van reclame op het internet en op de muren.


Terwijl ik naar buiten staar, worden de spiegelingen in de metroramen langzaam vervangen door het zicht op de levensgrote reclameposters van de volgende halte. Zonder dat ik er controle over heb, wordt mijn aandacht volledig opgeslokt door een reclame over vis. Ach, waar maak ik me eigenlijk druk over?


zondag 25 september 2016

Vluchtgedachte

Een paar dagen geleden was het weer zover. De schok van de onvermijdelijke overgang van zomer naar herfst. Deze keer niet alleen ingeluid door een temperatuurval van 30 naar 13 graden maar tevens door honderden zwaluwen die zich verzamelden op de telefoonlijnen langs de randen van de weg.

Mijn gedachten dwaalden af naar het begin april toen de eerste zwaluwen aanvlogen en ik blik terug op het lief en leed dat we de maanden die erop volgden samen hebben gedeeld. Het gezellige gekwetter van de zwaluwen in de kalfjesstal om elkaar het hof te maken en het kunst en vliegwerk om de kommetjes onder het plafond boven dezelfde kalfjes te herstellen en te perfectioneren met leem, koeienhaar en hooi zal ik de komende maanden missen.

Het was een lastig voorjaar niet alleen voor de zwaluwen maar ook voor de boeren. Het hield maar niet op met regenen wat tot gevolg had dat insecten waarvan deze vogeltjes leven niet uitvlogen en sommige zwaluwtjes uit de lucht vielen vanwege de honger. Wij zagen dit met lede ogen aan en smachten elke avond naar een meteo waarbij een weervenster van minimaal een paar dagen zonder regen zou worden voorspeld. Zodat we het land konden bewerken om mais te zaaien.

Begin mei bereikte ons eindelijk het zo geliefde weervenster met een paar dagen stralend weer. De zwaluwen scheerden door de lucht, vlogen hun buikjes vol en legden nestjes vol met eieren terwijl de trekker dag en nacht op het land heen en weer reed om het zaad op tijd de grond in te krijgen en tussendoor ook nog eens hectares voorjaarsgras maaide om in te kuilen. Net voor de volgende regenperiode was alles op tijd klaar. Nu begon het wachten op de volgende zonnige periode om te hooien en op de eerste zwaluwkuikentjes die uit het ei zouden kruipen.

Ook deze periode duurde weer langer dan gewenst. Het gras groeide angstaanjagend hoog, we organiseerden ’s avonds tijdens het koeien halen mudmaster events en de eerste jonge zwaluwen kropen uit hun ei om zich op te maken voor hun eerste vlucht. Dat dit niet zonder gevaar is, bleek uit het hoopje veertjes dat ik vond die avond. Deze lag uitgespreid rond de tevreden snorrende poes op de hooibaal voor de uitgang van de kalfjes stal.

jongen zwaluwen die gevoederd worden door hun ouders


Toch waren we tevreden omdat de mais was opgekomen zodat het komende jaar er waarschijnlijk geen tekort zou zijn aan ruwvoer voor de koeien. Totdat een grote verschrikkelijke hagelbui dit vooruitzicht aan pap sloeg. Binnen een half uur waren alle maisplantjes door hagelstenen zo groot als duiveneieren verpulverd en konden we volgens een landbouwdeskundige weer overnieuw beginnen met zaaien.

We bestelden het zaad direct omdat je niet zomaar 30 hectare maiszaad uit de schappen van een supermarkt trekt. Binnen een week werden de zaadjes geleverd en liggen daar nu nog steeds te wachten om gezaaid te worden. Het bleef namelijk nog weken regen waardoor het land te drassig was om bewerkt te worden. De zwaluwen hadden het ook moeilijk en stelde een tweede leg nog even uit. De kapotgeslagen maisplantjes waren uiteindelijk veerkrachtiger dan iedereen dacht. Heel voorzichtig groeiden er weer nieuwe blaadjes uit het overgebleven prutjes groen en begonnen de plantjes tot grote vreugd weer echte maisplanten te worden.

Nu nog mooi weer en dan was iedereen tevreden. Dan konden de zwaluwen aan hun tweede leg beginnen en wij met het maaien van het hooi. En zo geschiedde begin juli. Dagen lang werd er van vroeg tot ’s avonds laat het gras, dat langer en stengeliger was dan ooit, tot mooie balen geperst. De lange dagen eindigden in zwoele zomeravonden op het terras dat uitzicht bood over het weiland met het schouwspel van de steeds groter wordende groep zwaluwen die door de lucht zweefden en scheerden op jacht naar insecten. Totdat de zon achter de horizon verdween en plaats maakte voor een wolkeloze sterrenhemel.

Na een maand droogte en hitte begonnen we toch langzaam weer te smachtten naar een zomerse onweersbui. Zowel de mais als het gras waren inmiddels gestopt met groeien. Te droog en te heet. Laag vliegende zwaluwen en donkere wolken en zelfs de Franse meteo kondigden onweersbuien aan. Maar helaas vlogen de zwaluwen telkens weer omhoog en trokken de wolken telkens over. Of stapelden ze zich op in onze gedachten terwijl de regen kilometers verderop viel.

Dat de graanoogst begin augustus maar 20% was van de normale opbrengst, vanwege de hagelschade, was minder pijnlijk dan een opmerking van een van onze gasten: Of we dit jaar dwergmais hadden gezaaid?

Terwijl sommige zwaluwen in half augustus nog aan een derde leg begonnen, reed ik elke dag langs de maisvelden of ik toch niet stiekem een onverwachte groeicurve kon ontdekken. Het enige wat ik ondekte was dat de mais vroeger dan ooit bloeide, waarmee tevens het definitieve einde van de groei was aankondigd.

Eind augustus begon de mais te pieken, werden de bladeren langzaam geel, vloog een derde leg zwaluwen uit en was er nog steeds geen regen gevallen. Half september de mais rijp voor de oogst begon het eindelijk even te regenen en vlogen de zwaluwen hun buikjes vol voor het vertrek naar Afrika.

Terwijl de maisopbrengst lager is dan ooit (50%) en we een probleem van een paar maanden ruwvoer tekort hebben, hoor ik de verzamelde zwaluwen druk tegen elkaar kwetteren op de telefoonlijnen. Opgewonden over de lange reis die ze voor de boeg hebben.

Even speel ik met de gedachte ook mijn vleugels uit te slaan. En weg te vluchten naar het veilige kantoor van vroeger waar het niet uitmaakte wat voor weer het was. Waar je alleen last had van een donderpreek van een eigenzinnige architect of het altijd zonnige humeur van een collega. Waar het noodlot niet bestond en de illusie heerste dat het leven maakbaar is en het wel goed komt als je maar goed je best doet.

Of weg te vluchten naar het vrolijke leven op de sociale media waar iedereen happy is, zijn beste ik laat zien en waar elk probleem met een tegeltjeswijsheid wordt opgelost. Zoals: ‘Life begins at the end of your comfortzone’. Nou volgens mij begint daar juist de ellende. Of: ‘Achter de wolken schijnt de zon’.... euh...snakten we na twee maanden droogte niet naar een druppel regen? Nee, mijn smartphone als niet-farmaceutische antidepressiva helpt nu even niet.

Toch laat één tegelspreuk me echter niet los: 'Het glas is het leukst als het leeg is. Dan kun je zelf bepalen waarmee te het gaat vullen.' Daar zit wel iets in. En zo aanvaard ik het noodlot en besluit ik niet te vluchten. En ga ik de confrontatie met de grillen van het weer aan. Vanavond vul ik het glas met de voor- en de tegenspoed van het leven dat, in dit geval naar goed Frans gebruik, een diep rode kleur heeft.


Wat zal ik lekker slapen vanacht. 

maandag 2 mei 2016

Het weekenddrama van De krekel (of eigenlijk cicade) en de Mier

Cultuur, met een hoofdletter C, staat hoog aangeschreven in Frankrijk. Al vroeg worden kinderen vertrouwd gemaakt met cultuur. Zo maakte Rocco al in de kleuterklas tijdens de tekenlessen kennis met de schildertechnieken van artiesten als Pollock, Van Gogh of Mondriaan. En droeg hij, toen hij pas vier jaar oud was, een gedicht voor toen ik ontwaakte op moederdag. Op school in het geheim ingestudeerd dus dat was een ontroerende verrassing. Ik had tot dat moment Rocco nog nooit Frans horen praten en wanneer dat dan meteen Franse poëzie is, kan een hart kan niet genoeg smelten.

Tegenwoordig is mijn hart aardig bekoeld vanwege de Franse poëzie. De gedichten worden namelijk allang niet meer in het geheim op school geleerd maar worden opgegeven als huiswerk. Waar ik in het verleden pas huiswerk meekreeg toen de meester dacht dat wij dit zelfstandig konden doen (zo rond een jaar of tien), wordt in Frankrijk (in ieder geval op ons dorpsschooltje) al vanaf het zesde jaar huiswerk meegegeven. Na elke lange schooldag, van negen tot half vijf, worden de kinderen ook nog eens belast met het lezen van boekjes, het instuderen van grammatica- en spellingsregels en gedichten. En niet alleen de kinderen maar ook de ouders want het eerste kind van zes dat uit zichzelf grammatica regels en gedichtjes zonder kop of staart uit zijn hoofd wil leren ben ik nog niet tegen gekomen.

Toen ik tijdens een ouderavond voorzichtig het huiswerk ter sprake bracht omdat ik dit een onnodige belasting vond voor het kind en ouder en ik mijn twijfels had over de effectiviteit hiervan na een lange schooldag, kreeg ik weinig bijval van andere ouders zodat ik teleurgesteld afdroop. Maanden later, tijdens de eindejaar voorstelling, sprak ik met enkele van deze ouders die eigenlijk, achteraf gezien, het wel met me eens waren. Helaas waren deze ouders geen leerkrachten en wordt er nog steeds dagelijks huiswerk meegegeven en is er zodoende bij ons in huis elke maand een Frans gedicht te leren.

Zo was het deze maand de eer aan het gedicht ‘La Cigale et la Fourmi’. Omdat Rocco tijdens de schoolvakantie het gedichtje was vergeten mee te nemen moesten het afgelopen weekend de 22 dichtregels in een keer uit het hoofd worden geleerd. Vol goede moed lieten we zaterdagochtend eerst Rocco het gedicht voorlezen. Het eerste deel van het gedicht was nog wel te volgen maar de laatste regels waren een beetje vaag en ook Rocco kon ons niet goed uitleggen wat nu precies de strekking was van het gedichtje. Daarnaast kon hij ons ook niet zeggen of een cigale nu een krekel of een sprinkhaan was.

Zo ontstond er op de zaterdagochtend een heftige discussie bij ons aan tafel over krekels en sprinkhanen. Over hun verspreidingsgebied, of ze konden zingen, wat ze eten en hoe lang ze leven. Want in het gedichtje wil de krekel graan lenen van de mier. ’s Middags bij de theepauze zochten we op of de vertaling van La Cigale et la Fourmi, De Krekel en de Mier was of De Sprinkhaan en de Mier. Het bleek De Krekel en de Mier te zijn maar het bleek ook dat een verkeerde vertaling te zijn. Een Cigale is namelijk een Cicade wat een heel ander beestje is dan een krekel of een sprinkhaan.

Ook bleek La Cigale et la Fourmi geschreven te zijn door Jean de la Fontaine in 1668 waarop Guus bijna ontplofte. Of de Franse onderwijskundigen gek waren geworden om kinderen gedichtjes te laten leren uit de zeventiende eeuw waar inhoudelijk ook nog geeneens iets van klopt!? We waren er namelijk ook achter gekomen dat cicades geen vliegen en wormpjes eten en mieren niks met graan doen voor hun levensonderhoud, terwijl dit in het gedicht wel wordt verondersteld.

Hoe kan het toch dat Fransen dit al jaren hun kinderen aan doen? Ik zocht op internet maar kon nergens artikelen of fora vinden waar Franse ouders zich zorgen maakten over het nut van het instuderen van gedichten. Wat ik wel vond was het belang van het poëzie-onderwijs en handige tips om kinderen snel gedichten te laten onthouden. De enige van wie ik bijval kreeg, was van Jean-Jacques Rousseau. Inderdaad die filosoof uit de 18e eeuw. Die vond dat de fabel van de Krekel en de Mier te moeilijk en onwaarschijnlijk is voor kinderen om te begrijpen. Vanzelfsprekend ben ik sinds dit weekend dus groot fan Jean-Jacques Rousseau.

Wanneer je naar de Nederlandse vertaling van het gedicht kijkt is De Krekel en de Mier inderdaad eenvoudig te duiden. Een kunstzinnige krekel vermaakt de hele zomer een ijverig werkende mier met zijn gezang, maar als de krekel in de winter honger heeft en kou lijdt geeft de mier de krekel niet te eten. Eigen schuld dikke bult.

Maar in het Franse origineel is de moraal niet zo eenduidig. De kunstzinnige en levens genietende cicade is kortzichtig en de ploeterende mier wordt neergezet als een gierigaard met weinig medeogen. Jean de la Fontaine trekt geen partij en laat hierbij het oordelen aan de lezer over.

Toen na een lang weekend en 2200 versregels verder het gedichtje uiteindelijk min of meer foutloos kon worden gereciteerd, vroeg ik aan Rocco wat hij van het gedichtje vond. ‘Stom… En mag ik nu naar buiten met de honden naar het moeras kikkervisjes vangen?’