zaterdag 2 juni 2012

Vakantie op het authentieke Franse platteland


Toen ik nog in Nederland woonde, was ik regelmatig op zoek naar wat we dit jaar weer eens zouden gaan doen met vakantie: een zesdaagse voettocht naar de top van de Kilimanjaro gevolgd door een vijfdaagse wildsafari in het Serengeti park, een stedentrip naar New York, mountainbiken van Vancouver naar Calgary, een kitesurfstage in Vuerteventura of gewoon fietsen over de Pyreneeën. Om tot rust te komen was er blijkbaar veel activiteit nodig.
De laatste fietsvakantie (Spaanse Pyreneeen 2003)
Tegenwoordig houd ik me met deze vakantievragen niet meer bezig. Wellicht omdat het werken op de boerderij mij voldoende beweging in de buitenlucht geeft of omdat ik na al die reizen eindelijk ben thuisgekomen of misschien wel omdat het erg lastig is onze koeien voor langere tijd aan iemand anders over te laten of gewoon omdat ik als Nederlander in Frankrijk toch nog steeds een beetje het gevoel heb dat ik hier op vakantie ben. Volgens onze nieuwe buurman wonen we namelijk in het laatste stukje authentieke Frankrijk dat er nog over is in Europa. Waar landen steeds meer in een identiteitscrisis raken door de globalisering en het oprukken van mondiale bedrijven als McDonald’s, Unilever, Microsoft, Apple en Ikea, heeft onze nieuwe buurman toch nog een stukje ongerept Frankrijk ontdekt.

Sinds een jaar heeft het kasteel waar we naast wonen weer een nieuwe eigenaar die in het Chateau en zijn omgeving allerlei mogelijkheden ziet om rijk te worden. Hij heeft een super-de-luxe vakantiepark voor ogen, bedoeld voor welgestelde gezinnen die boven het modale Centerparks vakantiegevoel willen uitstijgen. Een vakantiepark met voorzieningen als een luxe world-class-spa waar je je lekker kunt laten verwennen, een zwemparadijs en avonturenzone voor de kinderen, een manege voor de dames en natuurlijk een golfbaan met 18 holes.

Om zijn droom werkelijkheid te maken heeft de buurman investeerders nodig. (Uit betrouwbare bron weet ik namelijk dat het steeds lastiger wordt om voor de gewenste golfbaan de laatste 40 hectare land te kopen van de boer en boerin die naast hem wonen). Hij lokt zijn investeerders met onwaarschijnlijke rendementen na aankoop van een vakantieappartement (ook voor een onwaarschijnlijk hoge aanschafprijs) maar ook met idyllische beschrijvingen van de omgeving waarin het park zal liggen. Wanneer het het even niet meer zie zitten, lees ik dan ook graag zijn website om weer goede zin te krijgen:

'Springs, streams, rivers and lakes dot the local landscape, intermingling with picturesque villages, bustling French towns and a plethora of historic châteaux for visitors to enjoy.
Wildlife is abundant and you are sure to catch sight of the area’s population of deer, birds of prey, butterflies, wild boar, coypu and more'.

Na het lezen van deze zin, krijg ik altijd weer blosjes op mijn wangen. In zo’n omgeving wonen wij! En dan is hij nog vergeten te vermelden dat het landschap wordt gesierd met strootouwtjes waarmee de authentieke boeren het laatste beetje echte Frankrijk bij elkaar houden en wordt omlijst met gebouwen en machines in verschillend stadium van verval. ‘s Zomers worden deze beelden ondersteund met het snorrende geluid van zitmaaiers en ’s winters met het knetterende geluid van motorzagen. Je bent namelijk pas een echte Fransman wanneer het gazon rondom je huis strak is geschoren en is afgezet met stapels gekloofd en gezaagd brandhout voor de winter.
Bosjes strootouw die het laaste beetje echte Frankrijk bij elkaar houden
Graag droom ik met onze buurman mee. Over de melkrobot die we kunnen aanschaffen na verkoop van wat land voor zijn gewenste golfterrein en alle tijd die ik dan ga overhouden. Bijvoorbeeld om toeristische activiteiten te ontplooien. Dat zal niet makkelijk zijn want de toerist die in exotische oorden vakantiehuisjes koopt, schijnen volgens een marketing algoritme van Facebook, ook geïnteresseerd te zijn in het verzamelen van gedroogde mummiehoofdjes. Die toeristen kan je vast niet blij maken met een ritje op de rug van een Shetlandpony of een kijkje in een merkwaardig riekende melkstal met zwartbonte koeien.

Nee, voor deze toeristen moet een bijzonder Frans authentiek activiteitenprogramma worden bedacht. Met onderdelen als:
- Een strootouwknoop workshop waarbij onder leiding van een authentieke Franse boer wordt geleerd hoe je aan de Franse logica een touw kunt vastknopen;
- Een zitmaaier rally. Gehouden op het golfterrein van onze buurman;
- Een motorzaag atelier waarbij een boer, die net met pensioen is gegaan en zijn land heeft verkocht, vlak voor de overdracht van zijn land laat zien hoe je eeuwen oude eiken en kastanjebomen omzaagt;
- Een taalseminar waarbij één van de opdrachten is: Bel France Telecom met de vraag of de internetverbinding, die privé wordt betaald, maar tot stand wordt gebracht via een telefoonverbinding met een professioneel abonnement, kan worden gerepareerd. Geeft niet wanneer je Franse taal nog niet helemaal beheerst. Je wordt alleen maar doorverbonden en telkens gevraagd je naam te spellen en je abonneenummer door te geven;
- En tot slot een wilde paddenstoelensafari. Hierbij wordt, uit veiligheidsoverwegingen, door een niet-chauvinistische chef-kok uitgelegd welke paddenstoelen in de omgeving eetbaar zijn en zijn te verwerken tot hemelse recepten.

Wordt vast een groot succes, denk ik. Maar we zullen moeten wachten totdat onze buurman genoeg investeerders heeft gevonden. Tot die tijd aanschouw ik tijdens mijn theepauze de sporadische toeristen die langskomen en overnachten in het Chateau dat sinds kort weer is geopend als hotel.
Chateau de la Cazine, sinds kort niet meer in een stadium van verval maar mooi gerenoveerd
De Hollandse wandelaars zijn direct te herkennen aan hun outdoorkleding waarmee je elk weertype kunt doorstaan (met minimaal vier laagjes superweefsel en alles valt eenvoudig af te risten) en het schoeisel waarmee je ook zo de Mount Everest kunt op wandelen. In een zo snel mogelijke tijd willen ze de route bewandeld hebben en doelgericht zijn ze op zoek naar de bewijzering die vaak te wensen over laat. Met regelmaat wordt hier dan ook hevig over geklaagd.

Geheel in tegenstelling met de Franse toeristen afkomstig uit de stad. Vaak een koppeltje van een wat oudere man gekleed in een los overhemd, een wijde zomerbroek en afgesleten gympies en daarnaast een wat jongere dame gekleed in een zomerjurkje met daaronder pumps met een licht hakje. De mooiste avonturen beleef je immers op het Franse platteland. Flanerend volgt dit stel de landweggetjes en de bospaadjes. Filosoferend over de zin van het leven en genietend van elkaar en de mooie omgeving. Dat de bewijzering hen doet verdwalen, maakt niet uit. Ze zijn op weg geholpen en daar gaat het om: De wegen zijn belangrijker dan het doel.

Maar het aandoenlijkste zijn wel de Engelse toeristen. Omdat zij alleen wandelen wanneer ze achter een golfbal kunnen aanlopen en de golfbaan nog niet is aangelegd, huren zij maar mountainbikes om de omgeving te verkennen. Vervelend is dat hen nooit wordt uitgelegd hoe het zadel hoger kan. Maar de pijn in rug en knieën die zo’n fietstocht oplevert, weegt vast niet op tegen de brandende pijn, veroorzaakt door de uren Franse zon die op de melkwitte huid van de Engelsman heeft geschenen. Met mededogen kijk ik toe hoe de fietsers tegen de helling op weer terug naar het Chateau fietsen: het gebruik van de 23 versnellingen is hen blijkbaar ook achter gehouden. De Engelse toerist lijdt, dat is duidelijk.

Om aan dit lijden een einde te maken wordt het daarom hoog tijd dat de plannen van onze buurman werkelijkheid worden en dat die golfbaan er eindelijk eens komt. Dus mocht je na het lezen van dit stukje de Engelse toerist uit zijn lijden willen verlossen of zijn geïnteresseerd in een vakantie (appartement) op het authentieke Franse platteland, wil ik jullie aanbevelen onderstaande links eens te bekijken:

vrijdag 27 april 2012

Passer le temps

Sinds een paar weken doet Rocco mee met het project 'passeport sportif'. Kinderen kunnen dan gratis een half jaar lang kennis maken met een door hun gekozen sport. Judo bijvoorbeeld.

Omdat de judotrainers altijd drukker waren met het tot de orde roepen van de toekijkende ouders dan de kinderen, mogen ouders tegenwoordig niet meer aanwezig zijn bij de trainingen van hun kroost. En daar de sporthal niet bij ons om de hoek ligt, ben ik elke vrijdagmiddag gedwongen even een uurtje niets te doen.


Niets? Tijdens deze verloren uurtjes zou ik toch ook een avontuurtje kunnen beginnen met die leuke vader van dat jongetje met die mooie bruine ogen? Uit het kamermeisjes-verhaal van Dominique Strauss Kahn heb ik begrepen dat Fransen wel van een avontuurtje houden. Op de beelden die op TV zag, bleek de vrouw van DSK geen problemen te hebben met het gedrag van haar man. Toen ik Fransen peilde over deze affaire was het antwoord dat gedwongen sex zeker taboe is maar verder het leven toch echt één groot avontuur is. OK, ik ben bereid ver te gaan met integreren: slak eten, France Telecom bellen, met cheques betalen en zelfs andouillette proeven maar wanneer het avontuurtjes betreft, blijf ik toch liever een burgerlijke Hollandaise. En zo breng ik de verloren uurtjes door in de auto op de meest desolate parkeerplaats van Frankrijk.

Dat valt niet mee als speed-boerin. Voorheen had ik altijd een vrij relaxed beeld van een melkveehouderij. Samen met de honden en zoon genieten van de opkomende zon tijdens het opdrijven van de koeien, even koeknuffelen tijdens het melken, uitgebreid ontbijten, beesten voeren, warme lunch met siesta, ambachtelijke onderhoudsklusjes, weer melken en daarna met een kaasje en wijntje in de hand genieten van de invallende nacht. Niets is minder waar.

 

koeien halen met Rocco
Het rustieke rustige leven van een melkveehouder is alleen iets wat enkel bestaat in de gedachten van de mens en in de reclameboodschappen op televisie en magazines. In werkelijkheid heeft een melkveehouder een overbeladen dagprogramma met dagelijks terugkerende arbeid (melken, voeren) en veel voorziene en onvoorziene werkzaamheden (landwerk, afkalvingen, zieke koeien, kapotte machines...).

Wanneer er dan zoveel is te doen, valt het niet mee wanneer je dan even verplicht een uurtje moet wachten. Ik besluit daarom mijn tijd efficiënt te besteden en op de meest inspiratieloze plek die je maar kunt bedenken een blog te schrijven over mijn verwondering over de drukte van de mens en hoe het eigenlijk zover heeft kunnen komen: in honderd jaar tijd hebben de technologische ontwikkelingen ervoor gezorgd dat we met minder mankracht meer produceren dan ooit, heeft de snelheid van transport en communicatie min of meer zijn limiet bereikt en is onze levensverwachting met 25 jaar toegenomen. We zouden tijd over moeten houden maar hebben het drukker dan ooit.

Een andere paradox is dat de technologische versnelling een fysieke stilstand teweeg heeft gebracht. Via een schermpje kunnen we de hele wereld afreizen en spullen bestellen waarvoor we geen tijd hebben het te consumeren. We produceren en kopen dingen sneller dan dat we ze kunnen consumeren. Wie heeft er geen ongelezen boek op de stapel liggen, een mooi T-shirt dat niet meer wordt gedragen omdat het uit de mode is, een apparaat dat het eigenlijk nog heel goed doet maar is vervangen door één met betere opties?

Er wordt wel eens gezegd dat onze gejaagdheid voortkomt door een veranderende beleving van de tijd. Vroeger werd voornamelijk geleefd met het ritme van de seizoenen en de cyclus van leven, dood en wedergeboorte. De tijd werd als het ware continu ververst. Later werd deze beleving lineair, het leven eindig en ging men geloven dat het bestaan na de dood hemels zou zijn. Maar toen dit hemelse bestaan in twijfel werd getrokken, gingen we elkaar wijs maken dat al het mooie nu moet gebeuren. We kregen besef dat de tijd afneemt en dat we zoveel mogelijk moeten beleven in de korte tijd die ons nog rest.

Via reclameboodschappen worden we verleid met alle mogelijkheden hoe we deze tijd optimaal kunnen vullen en zijn we verplicht keuzes te maken. Dit leidt weer tot keuzestress en een onbevredigend gevoel. Achteraf blijkt die andere keuze toch vaak zoveel beter. Een verkeerde keuze waar jezelf nog verantwoordelijk bent ook.

Er zijn verschillende oplossingen om de tijd geen vat op je te laten krijgen. Bijvoorbeeld door te leren op een beter manier keuzes te maken of je verwachtingen van het leven in het hier en nu bij te stellen. Het laatste kan bijvoorbeeld door of weer in een hemels bestaan te gaan geloven of meer aandacht te hebben voor het hier en nu (onthaasten) of door je afschermen van alle verleidingen.

Het eerste is voor mij geen optie maar in het tweede kan ik me wel vinden. In Frankrijk ben ik dan gelukkig op de goede plek. Ook Fransen zijn dol op dingen die langzaam gaan. Dan doel ik natuurlijk niet op de lange leveringstijd van onze nieuwe trekker of de ambtelijke molen waardoor de bouw van de nieuwe jongveestal zes maanden vertraging heeft opgelopen. Nee dan bedoel ik de tijd die Fransen nemen om te eten. Waar ik in Nederland collega’s had die tussen de middag achter de computer snel een boterhammetje weg werkten, is dat in Frankrijk taboe. ‘s Middags wordt tussen twaalf en twee uitgebreid geluncht. Het liefst in een restaurant, ver weg van je werkplek. Niemand is dan aan het werk, behalve dan de callcenters die je van alles willen verkopen wat je niet nodig hebt.

 
nieuwe jongveestal
En wanneer je denkt dat twee uur voor een maaltijd veel is, dan moet je eens een avond diner meemaken. Slowfood in het extreme. Oesters, slakken, ham die een jaar heeft gehangen, kaasjes die minimaal negen maanden hebben gerijpt... Wanneer je geluk hebt krijg je je eerste amuse rond negen uur opgediend en het dessert rond één uur in de ochtend. Wat lange zorg en liefde is bereid, moet ook zo langzaam mogelijk en met veel aandacht worden genuttigd. Wanneer het eten zoveel tijd in beslag neemt is het daarom geen wonder dat Fransen maar 35 uur per week kunnen werken.

Een andere manier om te onthaasten, is jezelf af te schermen van de verleidingen waarvan we van elkaar vinden hoe we ons geld en onze tijd moeten besteden. In een grote stad valt dat niet mee. Een paar maanden geleden waren wij voor een paar dagen in Parijs en na afloop had ik het idee drie dagen in een enorme reclame galerij te hebben doorgebracht. Ik kreeg zelfs een enorme behoefte aan spullen die op een boerderij niet echt praktisch zijn: suede laarzen met hoge hakken, een leuk handtasje, een hippe koptelefoon, een iphone en een retro-scooter voor naar het werk. En omdat we maar drie dagen in Parijs waren heb ik maar geen concertkaartje gekocht voor het optreden van de Red Hot Chili Peppers in augustus, geen culturele sportieve fietsvakantie geboekt over de Chineese muur en me niet ingeschreven voor die spirituele masterclass fly-yoga.

 
Paris 2012
Op het platteland is het gelukkig geen probleem jezelf af te schermen van de (tijdrovende) verleidingen van het bestaan en zo te onthaasten. Er is hier wat dat betreft niets. Alleen een zee van rust en groen. Je moet alleen geen 70 koeien willen melken...

Voor meer tips over onthaasten, zie: http://www.onthaasting.nl/



zee van groen en rust hier om de hoek waar geen koeien grazen op het moment

woensdag 21 maart 2012

Karate, zwemmen en dromen die voorbij gaan

Al een tijdje werd ik tijdens de karate en judo trainingen geconfronteerd met mijn leeftijd. Zo vroegen de allerjongsten zich af of ik Jigoro Kano of Gichin Funakoshi nog  had gekend. En wanneer de trainer zei: ‘Zo, en nu op volle snelheid’ vroeg ik me af welke snelheid ik dan de vorige oefening had aangewend. Het moeilijkste waren nog de ochtenden na de trainingen. Dan voelde ik me als overreden door een vrachtauto en ik begon me na twee jaar blessureleed dan ook af te vragen of ik niet te oud was geworden voor de zware judo-trainingen.

Op advies van de huisarts liet ik röntgenfoto’s maken van mijn lichaam en het resultaat was dat hij me vertelde dat wanneer ik wilde doorgaan met het leven zoals ik nu deed,  ik beter kon stoppen met hetgeen ik het liefste deed: joggen en budo (judo en karate). Oei, die had ik niet zien aankomen. Zo’n klap in het gezicht kon ik zelfs met bijna 25 jaar budo ervaring niet afweren. Mijn eerste verdediging was de mening van een specialist vragen. Maar ook deze vertelde dat ik beter geen impactsporten meer kon doen zoals joggen, karate en judo.

Ik voelde me enorm oud en afgeschreven. Ook mijn geloof in de maakbaarheid van het leven was overhoop gehaald. En de droom om ooit, wanneer we een melkrobot zouden installeren en ik daardoor tijd over zou houden, een grootse dojo in het kleinste dorpje van Frankrijk te openen was definitief voorbij. Les Forges (Frans voor 'de smederijen') leek me zo’n mooie naam voor een budohal. Het beste was het ‘ju’ van judo in praktijk te brengen, dus flexibel zijn en ontdekken wat een toekomst zonder karate en judo had te bieden.

Daar ik altijd was geïnspireerd door de combinatie van de lichamelijke en spirituele aspecten van budo, lag het voor de hand eens een yogales bij te wonen. Ik ben helaas niet verder gekomen dan een blik door het raampje van de deur naar de zaal waar de yogales werd gegeven: Het zaaltje lag vol met gepensioneerde dames en ik geloof zelfs dat ik er eentje hoorde snurken. Wanneer ik mij deze club zou aansluiten dan zou ik mezelf wel heel erg oud gaan voelen.

Dan maar zwemmen. Weinig spiritueel maar wel heel goed voor het lichaam had ik mij laten vertellen. In het zwembad in de buurt is er de mogelijkheid elke dinsdag baantjes te trekken dus dat ging ik maar eens proberen.

Al snel bleek dat de bijna 25 jaar budo trainingen niet zomaar uit te wissen waren. De kledinglocker deed ik, toen niemand keek, dicht met een mooie mawashi geri (zijwaartse trap) en ook maakte ik per ongeluk een lichte buiging toen ik via het voetbadje de zwemzaal betreedde. In het zwembad zocht ik automatisch het alpha-mannetje op. Normaal was dit iemand met een zwarte band om, omringd door andere bruine of zwarte banders. In het zwembad blijkt het degene te zijn zonder badmuts.

Ik vroeg de badmeester of er nog speciale regels waren voor het baantjes trekken. Hij vertelde mij dat het zwembad was opgedeeld in vier banen: rechts voor de snelste zwemmers en links voor de langzaamste zwemmers. Ik moest zelf maar ontdekken in welke baan ik me het meeste zou thuis voelen. Ik zei nog net geen ‘oush’ tegen hem voordat ik het zwembad indook.

Al snel had ik door in welke baan ik hoorde. Niet in de baan waar ik telkens in het zwempak van mijn voorganger verstrikt raakte en ook niet in de baan waar ik telkens onder mijn voeten werd gekieteld. Ook bleek dat de badmeester informatie had achter gehouden. In elke baan drijven ook dames (die ik volgens mij ook bij de yogales had gespot) die op dokters advies elke week naar het zwembad gaan. Ze genieten optimaal van het uurtje gewichtloosheid maar vergeten daarbij te zwemmen. Ze dobberen achteloos zij aan zij zodat je er niet langs kunt of ze converseren aan de kopeinden van de zwembanen zodat je je bij het keerpunt niet lekker kunt afzetten. Vervelend maar geen onoverkomelijke obstakels. Gewoon onder door zwemmen of iets eerder omkeren zonder een afzet.

Nee, het ergste vond ik dat de badmeester mij niet had verteld over de meisjes van zestien. Na tien minuten zwemmen kwamen ze aanlopen. De reden waarom badmeesters badmeester zijn geworden. Strak in het vel en wat naar voren hoort te wijzen, wijst naar voren en wat naar achter hoort te wijzen, wijst naar achter. Hun mooie glanzende, weelderige lokken laten ze zo lang mogelijk zichtbaar tot het moment dat badmutsen echt verplicht zijn en het water in duiken. Ontluikende volwassenheid in volle glorie in contrast met mijn eigen vergankelijkheid.

Ze nemen plaats in het baantje rechts van mij. Ik denk nog dat ze zich vergissen. Ze zijn misschien wel jonger en frisser maar mijn oude schouders zijn toch duidelijk breder dan die van hen en ook mijn biceps hebben toch duidelijk een grotere omvang.  Al gelijk na het eerste baantje dat ik het tegen hen opneem, blijkt het dat ik me heb vergist. Uitgeput tik ik meters na hen de overkant van het zwembad aan terwijl zij vrolijk verder zwemmen en dit tempo nog baantjes volhouden.

Gefrustreerd verlaat ik het zwembad. Verslagen door twee giebelende badmutsen van zestien. Tsssst. Ik denk terug aan de vele karatelessen die ik heb gehad en ook aan de les dat de sensei (karatetrainer) het heeft over winnen door te verliezen. Wanneer een tegenstander van je wint toont hij jou je zwakte maar ook zijn kracht. Ik bedenk waar dan de kracht en de snelheid van de meisjes van zestien vandaan kwam. De schoonheid waarmee ze door het water gleden, toonde een zwemkunst waarvoor nauwelijks spierballen nodig zijn.  Vervolgens informeer ik me over zwemtechnieken op  internet en lees dat ik bijna alles fout doe wat er fout kan zijn aan een zwemtechniek. Omdat ik de volgende morgen, voor het eerst sinds jaren, zonder spierpijn en fitter dan ooit wakker wordt na een trainingsessie, besluit ik lid te worden van de plaatselijke zwemclub.

Nu, na een half jaar schaven aan mijn zwemtechniek, heb ik veel plezier gekregen in het zwemmen. De focus op de techniek maakt het zwemmen een stuk minder saai dan ik aanvankelijk dacht. En de trainings mantra:’ let op je ademhaling, strek je rug en gebruik je heupen’, klinkt vertrouwd in de oren. Ook blijkt zwemmen een vorm van zen in beweging: ontspanning door inspanning.

Langzaam zie ik een toekomst voor me zonder judo of karate en krijg ik weer vertrouwen in mijn lichaam, voel me fitter en daardoor ook minder oud. Zeker toen de trainer mij vorige week vroeg of ik niet het trainingsprogramma van baan twee wilde volgen. Het baantje waarin toevallig ook de meisjes van zestien trainen…