zondag 22 december 2019

Wat is er mis met schaamte?


Al een tijdje ben ik een beetje mismoedig. Het is er natuurlijk ook de tijd van het jaar voor. De dagen zijn kort, de zon verstopt zich al tijden achter wolken die een grijze sombere massa vormen en waaruit ook nog eens eindeloos veel regen lijkt te vallen. Buiten lijken alleen de honden zich niets aan te trekken van de mistroostige kale bomen, alle modder en natte mist die overal aan vast lijkt te plakken. Vrolijk huppelen ze achter opdwarrelende blaadjes aan en wanneer ze mij zien springen ze zonder gêne met hun modderige poten tegen mij aan. Ook dat nog. Ik was op weg naar de buitenwereld, had geen overall aan maar mijn enige setje schone nette kleren. Merde!

Ik blijf die middag maar thuis en scroll wat over het internet. Het is vooral kommer en kwel. In Frankrijk ontevreden treinpersoneel, onderwijzers en stakingen. In Nederland boze boeren en bouwers. Ook op het gebied van klimaatverandering valt er weinig te juichen. Het ene weerrecord na het andere wordt verbroken, Australië staat in brand en ondanks de technologische vooruitgang viel ook dit jaar Earth Overshoot Day weer veel te vroeg en is ook de CO2-uitstoot weer hoger dan de voorgaande jaren. CO2-emissie leidt niet meer tot opwarming of klimaatverandering maar tot een regelrechte klimaatramp met catastrofale gevolgen volgens de media. We zitten midden in de eindtijd en er moet iets gebeuren. Nu!

Wat volgt is het somberen over mogelijke oplossingen. Niets lijkt goed of voldoende. Wie gelooft dat een plas onder de douche, led lampjes indraaien, elektrisch rijden, windmolens, zonnepanelen en bomen planten voldoende zijn, gelooft in sprookjes. Onze honger naar energie is zo groot dat geen enkel alternatief, behalve drastisch minderen, een oplossing biedt. Geen vrolijk vooruitzicht na jaren van comfort en overvloed. Omdat het niet realistisch is te veronderstellen dat de mens uit zichzelf deze luxe opgeeft, lijkt aanspreken op de moraal de enige uitweg te bieden.

Overvloed aan schaamte
Zodoende wordt er tegenwoordig een overvloed aan schaamte gepropageerd. Vliegschaamte, vleesschaamte, café latte schaamte, huisdierenschaamte, elektrische big fat bike schaamte, ga zo maar door. Duurzaamheid lijkt een religie te zijn geworden waarbij vervuiling de zonde is, er wordt ingespeeld op het angst- en schuldgevoel maar niemand naar de hemel gaat omdat de eisen onhaalbaar zijn. Wat rest is een onbehagelijk gevoel en een hele industrie die drijft op de behoeften van vergeving en zingeving.

Op de (a)sociale media nemen we elkaar de maat en branden we elkaar af. Deugmensen laten zien hoe sober ze hun kerstfeest vieren met een ge-upcycled kadootje, vervaardigd tegen een eerlijke prijs in een atelier ergens ver weg en ingepakt in de nieuwste hippe herbruikbare linnen doek, à 15 euro. Vervolgens staat de rechtse populist in de rij om te wijzen op de hypocrisie die hier achter schuil gaat. Niemand is perfect. Gaat de deugmens op fietsvakantie dan is er wel iets mis met de oplaadbare batterijen in het techno-ding dat hem de wegwijst of dat hij, nog erger, wel eens heeft gevlogen.

De wijzende opgeheven vingertjes, krijgen een dikke middelvinger terug
De moralisering van het klimaatdebat lijkt funest voor het draagvlak èn de planeet. Zelfs deugen deugt niet meer. De wijzende opgeheven vingertjes, krijgen een dikke middelvinger terug.

Door uit te dragen dat je door schaamte iets laat, beschaam je anderen weer. Je spreekt iemand aan op zijn identiteit en dat is zelden de opmaat voor een goed gesprek, dan moet de ander wel de hakken in het zand zetten.

Volgens sociale wetenschapper Arthur Brooks leven we in een cultuur van minachting (Culture of contempt) waarbij we niet meer naar elkaars argumenten kijken maar we de ander meteen in het kamp ‘moreel geperverteerd’ indelen. We denken dat eigen idealen voortkomen uit goedheid en de idealen van de tegenstander uit eigenbelang, bekrompenheid en haat (motive attribution symmetry). Een paar minuten Twitter en je begrijpt wat hij bedoelt.

Het probleem is volgens Arthur Brooks dat hiermee niets wordt opgelost. De ander wordt uitgesloten en met iemand voor wie je minachting hebt sluit je liever geen compromissen. Als oplossing heeft hij dat we moeten leren het beter met elkaar oneens te zijn (onenigheid is goed, leidt tot competitie en betere oplossingen). Dus niet over en weer negeren, beledigen of vernietigen maar zoeken naar gedeelde waarden, wat is het werkelijke probleem van de ander en vanuit daaruit zoeken naar oplossingen.

Van morele naar schone handelingen
Een andere oplossing is wellicht de klimaatproblematiek minder te benaderen vanuit een ethisch plichtsbesef. Nu lijkt het vaak zo dat elke actie die gedaan moet worden een enorm offer is en een morele handeling. Terwijl die morele plicht juist ingaat tegen wat je geneigd zou zijn te doen. Je doet het eigenlijk liever niet. Filosoof Arne Naess spreekt over “schone handelingen” en “morele handelingen”, waarbij een schone handeling iets is waarbij je handelt vanuit intrinsieke motivatie. Iets wat je mooi vindt, wil je eerder beschermen dan wat je lelijk vindt maar moet redden vanwege het opgeheven vingertje van de moraal. Dit reikt verder dan het bedenken van vegavreugde of treintrots. Je vindt intrinsiek dat er iets moet gebeuren, niet om bij een groep te horen of uit angst buitengesloten te worden

Tenslotte is het misschien ook handig in te zien dat al die schaamte het probleem bij de individu legt terwijl het klimaatprobleem van iedereen is. Om collectieve problemen op te lossen is individueel verantwoorde dingen doen of kopen niet voldoende. Een beter milieu begin niet bij onszelf maar doordat wijzende vingertjes en dikke middelvingers elkaar de helpende hand toereiken en doordat multinationals en overheden goede (inter)nationale afspraken maken.

Elkaar minder minachten, het beter leren met elkaar oneens te zijn, van morele handelingen schone handelingen maken, niet met een verheven vinger wijzen of de middelvinger opsteken maar elkaar de hand toereiken. Wie wel eens een half uurtje op Twitter heeft gedwaald, weet dat dit een enorme uitdaging is. Toch wil ik iedereen een schaamteloos mooi 2020 toewensen. Al is het maar omdat de onderstaande lijn zich misschien doortrekt.



zondag 7 juli 2019

Boerin blikt terug op de toekomst


Eind juni hadden wij een korte maar heftige ontmoeting met de toekomst. Een kleine week kregen wij te maken met een thermometer die overdag niet onder de 36°C zakte en ’s nachts niet onder de 20°C. Iets wat volgens deskundigen, met het oog op de klimaatverandering, geen incident meer zal zijn maar steeds vaker voor zal komen.

Gelukkig werd de hittegolf ruim van te voren aangekondigd. Hierdoor konden wij de vernevelaar, die nog vorstvrij in de opslag stond, tijdig aansluiten op de ventilatoren in de stal en testen. Er zaten wat spuitkopjes verstopt maar na even schoonvegen sproeide ook deze een verkoelende waternevel door de stal van de koeien. De groenteafdeling van de supermarkt was er niets bij. We waren klaar voor de hitte die komen zou.

De eerste dagen kwamen wij en de koeien de dagen min of meer probleemloos door. Er werd gezweet en gepuft maar verder geen noemenswaardige problemen. Na de melkbeurt door de robot konden de koeien kiezen om buiten te blijven of weer naar binnen te gaan. Overdag kozen de koeien ervoor in de stal verkoeling te zoeken en ’s nachts bleven ze buiten om bij te komen en af te koelen onder een heldere sterrenhemel. Want ondanks de ventilatoren en verneveling was het overdag toch behoorlijk warm in de stal. De melkproductie zakte in een paar dagen met enkele liters maar niet zorgwekkend.


Melkproductie, omgekeerd evenredig met de dagtemperatuur
Eén van de laatste dagen werd de hitte pas problematisch. Ook ’s nachts bleef het warm, de luchtvochtigheid was hoog en er was geen zuchtje wind. De warmte leek zich als een beklemmende deken om je heen te slaan om niet meer los te laten. ’s Ochtends vroeg zag ik de koeien al puffen van de hitte terwijl dat normaal pas in de loop van de middag gebeurde. De zorgen om de melkproductie sloeg langzaam om in vrees voor de gezondheid van de koeien. Zorgen dat ze niet oververhit raken, dat ze gemolken worden, genoeg drinken, desnoods afkoelen met een sproeier.

Zelf raakte ik bijna oververhit toen bleek dat de melkrobot een probleem had met het schoonspoelen van de melkbekers. Dat techniek het laat afweten, oké, dat kan gebeuren. Maar niet op één van de warmste dagen van het jaar. Dat is dan net een stressfactor teveel. Niet wetende met welke verrassing één van de werknemers van de buurman kwam aanrennen. Het zweet liep van zijn voorhoofd en vroeg of wij nog water hadden want hij had zojuist tijdens graafwerkzaamheden een waterleiding doorgegraven. Tja…zo’n waterleiding kan je beter nooit opgraven maar op één van de warmste dagen van het afgelopen decennia is min of meer rampzalig. Tijd of energie om boos te worden was er niet. Die leiding moest zo snel mogelijk gerepareerd worden voordat onze eigen waterbron droog zou komen te staan. Sinds kort is deze niet meer toereikend om een hele dag door te komen (vanwege de geringe regenval het afgelopen jaar) en gebruiken we ’s middags stadswater afkomstig van de leiding die zojuist helaas was doorgegraven.

Wat volgde was een strijd tegen de sluitingstijden van de kluswinkels om de juiste koppelstukken te vinden en de buffer van onze waterbron. Rond een uur of 12 ’s middags was de leiding tijdelijk gerepareerd met spullen van de lokale kluswinkel. De reparatie drupte helaas wel en na een uur maakte het druppelen plaats voor een frisse nevel. Het vermoeden was dat de noodreparatie het niet lang meer zou volhouden dus werd een zoektocht langs andere kluswinkels georganiseerd om professionele koppelstukken te vinden. Om vier uur ’s middags waren we, zoals het hoort, weer aangesloten op het stadswaterleidingnet en kon ik een rondje doen door de stal. Ondertussen tikte het kwik van de thermometer de 39°C aan.
waterleiding die op het punt staat weer te springen...

Bijna alle koeien lagen te hijgen en te zuchten en hadden geen zin om te vreten of naar de robot te gaan om te worden gemolken. Sommige koeien zochten zelfs verkoeling door op de harde betonvloer te gaan liggen in plaats van op de zachte matrassen. Ook werden de waterbakken gebruikt om elkaar of zichzelf nat te spetteren in plaats van het water op te drinken. Zonder inspanning transpireerde ikzelf alsof ik met de fiets, in de volle zon, een hoge berg had opgefietst. Normaal betaal ik voor een sauna, nu kreeg ik deze gratis en ongevraagd. De melkproductie leek per uur verder weg te zakken en volgens de computergegevens zakte ook het herkauwen van de koeien naar een historisch dieptepunt (van 480 minuten naar 340 minuten herkauwen per dag).

Dit kon zo niet veel langer duren. Dat was duidelijk. In plaats van elk uur, keek ik nu neurotisch elke vijf minuten op de weerapp. Er veranderde weinig. Pas morgen zou de temperatuur iets zakken. Het enige wat restte was hoop. Hoop dat de koeien het tot die tijd vol zouden houden… en ikzelf ook.

Na de avondwerkzaamheden snakte ik vermoeid en met knallende hoofdpijn van de dorst naar een verfrissend drankje maar mijn oog viel op een gierzwaluwtje dat veel te vroeg uit het nest leek te zijn gevlogen. Gevlucht voor de hitte waarschijnlijk. Ik keek nog iets beter en zag dat het beestje nog leefde. En... ik zag er nog veel meer. Zeven stuks. Vier levend en drie anderen waarschijnlijk gegrepen door de poezen, gezien het bloed en de ontbrekende ledematen. Samen met Guus werden de vogeltjes weer terug in hun veel te warme nestjes onder de dakrand gezet. Even later vlogen de gierzwaluwouders onder de dakranden om hun kroost de vangst van die dag te voeren alsof er niets was gebeurd. Andere zochten wanhopig naar hun kuikens, vlogen weer weg om niet meer terug te keren. Ik voelde mij machteloos en verslagen door het weer, het klimaat, de toekomst.
Gierzwaluwkuikens
De dagen die volgden werd het gelukkig koeler en de blik werd weer verruimd tot over de grenzen van het eigen bedrijf en het leven in het nu weer uitgebreid met het kijken naar de toekomst. Voorzichtig vroegen de collega veehouders elkaar onderling hoe het de afgelopen dagen was gegaan. Bij de meesten was het gelukkig allemaal net goed gegaan. De hitte had echter niet nog een dag langer moeten duren. Voor één keer was iedereen het eens met elkaar. Bij een enkeling had de hitte helaas net iets te lang geduurd en moesten er een aantal koeien worden afgevoerd. Over de in elkaar gezakte melkproductie werd nauwelijks gesproken maar veel over de maanden en jaren die nog komen gaan. Hoe overleven we een volgende ‘canicule’? Welke aanpassingen maken het bedrijf toekomstbestendig?


In de media las ik artikelen en discussies over of de hittegolf wel of niet wordt veroorzaakt door klimaatverandering, of de mens wel of niet de schuldige is van opwarming en wie wat en hoeveel moet gaan doen om verdere klimaatverandering te temperen. Na de afgelopen hittegolf lijken deze vragen vooral afleiding te zijn van de hoofdvraag. Want moet deze inmiddels ook niet zijn hoe we ons aan gaan passen aan weersextremen? Aan hitte, storm, droogte, overstromingen, koude, hagel? Alleen draaien aan de trage klimaatknoppen lijkt niet meer voldoende te zijn. De toekomst liet zich kort zien, eind juni 2019, ergens in het midden en zuiden van Frankrijk, is dichterbij dan wordt gedacht en gaat wellicht langer duren dan een week.

donderdag 5 juli 2018

Weg met de verantwoorde keurmerken en lekker en gezond voedsel voor iedereen


Sinds dat ik melkveehouder ben geworden vraag ik mij af of ik wel geschikt ben voor dit beroep. Als veehouder moet je niet alleen lange dagen kunnen maken maar ook een alleskunner zijn. Zo kun je de dag beginnen met de koeien te voeren, een paar uur later met een trekkerdealer het over duizend verschillende opties van een gierton hebben, vervolgens een kleine reparatie aan de melkrobot moeten uitvoeren, aan het einde van de dag met de boekhouder de jaarrekening doornemen en voordat je naar bed gaat nog even snel in je pyjama ontsnapte pinken weer terug in de wei drijven.

Een veehouder moet niet alleen over veel kennis en kunde beschikken maar vooral een groot incasseringsvermogen hebben. Aan onverwacht zieke koeien wen je nooit maar is minder ingrijpend dan bijvoorbeeld de grote verschrikkelijke hagelbui en de daarop volgende dorre droogte van 2016. In 2017 mochten wij daar de ‘vruchten’ van plukken. Of eigenlijk niet want er was nauwelijks oogst en in een jaar tijd zagen wij een groot deel van onze reserve opgaan aan het aankopen van ruwvoer voor onze koeien. We hadden even hard gewerkt als de voorgaande jaren maar de bedrijfsresultaten lieten zien dat er dat jaar geen inkomen voor ons beschikbaar was.

Er is denk ik niets meer ontmoedigend dan hard werken en niet beloond worden. Het enige wat dan houvast geeft is de ervaring van collega’s die zeggen dat wanneer je een dergelijk slecht jaar ‘overleeft’ het uiteindelijk wel goed komt. Sporadisch een slecht jaar hoort nu eenmaal bij het boerenleven.

Geloof alles wat je in de media leest, behalve wanneer het je eigen vakgebied betreft
Maar waar ik de laatste tijd toch wel het meest moeite mee heb is het omgaan met de publieke opinie. Zeker voor een teer zieltje als ik. Er gaat geen dag voor bij of er wordt wel weer gekopt dat boeren milieucriminelen, roofbouwers of dierenbeulen zijn. Vooral de ‘gangbare’ boer (wat dat ook moge zijn want ik heb er nog geen ontmoet) heeft het te verduren. Deze zorgt voor insectensterfte, vergiftigt het milieu met glyfosaat, doodt de bijen met pesticiden, vervuilt het drinkwater, ontbost de tropen, zorgt voor enorme hoeveelheden CO2-uitstoot en haalt kalfjes gewetenloos bij de moeder weg.

Wat er ook gebeurt, de landbouwsector krijgt het op zijn bordje. Soms is de kritiek terecht maar vaak ook vaag en ongenuanceerd en soms regelrechte ‘gekersenplukte’ onzin. De journalist doet aan hoor maar niet aan wederhoor om zijn vooraf bedachte hypothese niet te ondermijnen en zijn verhaal op die manier zo veel mogelijk kracht bij te zetten. Zolang de intenties maar goed zijn mag de waarheid geweld aan worden gedaan. Want wie is er nu tegen duurzaamheid? Ooit vertelde iemand in een interview dat hij alles gelooft wat hij in de media leest, behalve wanneer het zijn eigen vakgebied betreft. Inmiddels weet ik uit ervaring dat niets minder waar is en probeer ik zoveel mogelijk oppervlakkige stukken over de landbouw te negeren.

Helaas lukt dit niet altijd want in mijn vriendenkring op de sociale media behoren enkele veganisten die dit graag laten zien hoeveel ze van dieren houden door zoveel mogelijk dierenleed te posten. Meestal kan ik deze posts langs mij heen laten glijden maar af en toe worden ook deze berichten mij teveel. Na een slapeloze nacht waarbij mijn partner een paar uur naast een kalf heeft gelegen om deze op te warmen en te redden van onderkoeling, kan ik sommige vegan berichten die ’s ochtend mijn newsfeed vullen moeilijk verdragen. Een bericht waarin de melkveehouderij weer eens wordt vergeleken met de Holocaust gaan mij dan echt een stapje te ver.

Schuldgevoel
Zelfs tijdens het boodschappen doen word je geconfronteerd met wijzende vingertjes. Onze supermarkt heeft sinds kort een authentiek marktje ingericht waarin biologische producten wordt aangeboden, wat bij de entree met schreeuwende reclames de klanten duidelijk wordt gemaakt. Koop biologisch! Geproduceerd zonder kunstmest, chemische bestrijdingsmiddelen en antibiotica want dat is beter!

Het probleem is dat niet wordt aangegeven wat beter is. Wetenschappelijk is bijvoorbeeld niet aangetoond dat bio uiteindelijk beter is voor klimaat, milieu, smaak of gezondheid. Maar zo’n label veronderstelt indirect dat al het andere slechter is en laat mij uiteindelijk met een schuldgevoel achter. Ik ben bulkboer: produceer melk voor de levensmiddelenindustrie, gebruik kunstmest, chemische gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica. Ik ben een zondaar in de tijd waarin het goddelijke geloof is vervangen voor een duurzaamheidsgeloof om de welvarende mens toch nog een beetje betekenis te geven aan zijn leven. Duurzame doelen streef ik graag na maar wel met middelen waarvan de effectiviteit op wetenschap berust en niet met eisen die slechts een ongemakkelijke onderbuik gevoel weg nemen.



Ik zou in de supermarkt mijn schuld kunnen afkopen door mijn karretje vol te gooien met bioproducten, fairtrade thee, Max Havelaar koffie, beter leven vleeswaren, slaafvrije chocola, een msc-visje en onbespoten groenten. Toch knagen al die ‘feel good’ labels aan mij. Is het niet raar dat er alternatieve verdienmodellen voor voedsel nodig zijn? Dat er voor elk vervuilend product tegenwoordig een groene variant is en voor een oneerlijke een eerlijke? Moet voedsel aankopen niet alleen gaan over of het lekker en gezond is? Veranderen die keurmerken echt de wereld? Ik heb er mijn bedenkingen bij. Voor mij zitten er toch ook wat nadelen aan deze keurmerken.

Het systeem blijft hetzelfde
Voor mij gaat het duurzaamheidsverhaal vooral over teveel mensen die teveel consumeren. En dat probleem lossen de keurmerken niet op. Consumenten worden met duurzaamheid keurmerken niet gestimuleerd tot minderen en blijven verleid tot meer aankopen. Het systeem van meer winst maken door meer verkoop blijft bestaan. Inmiddels zijn veel duurzaamheid labels zijn een businessmodel geworden en hebben ze allang niet meer de oorspronkelijke functie van wakker schudden en voorlichten. Voor supermarkten is het gewoon een extra aanbod dat hopelijk weer nieuwe klanten naar de winkel trekt.

Keurmerken zorgen voor ongelijkheid
Daarnaast werken de verantwoordelijke labels sociale ongelijkheid in de hand. Rijkere mensen krijgen meer kans om ‘goed’ te doen dan de mensen met een kleiner budget. Het is onterecht dat de groene elite haarzelf op de borst klopt van goedheid terwijl ze woont in grote villa’s of grachtenpanden, die een vermogen kosten om ’s winters warm te houden, ondertussen door gaat met vliegreizen voor werk en vakantie en de aankoop van het nieuwste smartphonemodel. De bijstand ouder in een klein appartementje met een beperkt budget, een vakantietripje naar de lokale kinderboerderij maar een veel lagere ecologische voetafdruk wordt niet meer gehoord of gezien. Duurzaamheid dreigt een elitaire bezigheid te worden.

Compensatiegedrag maakt meer kapot dan je lief is
Verder schijnt dat wanneer iemand een verantwoorde aankoop heeft gedaan dit neigt te compenseren. Het wekelijks vullen van de boodschappenmand met verantwoorde artikelen geeft het recht op een verre vliegvakantie. Een zonnecollector op het dak maakt de aanschaf van een jacuzzi in de tuin goed. En met het vervangen van alle gloeilampen door LED verlichting mag een weer groter model flatscreen worden aangeschaft. Dit is geen beschuldiging maar alleen een constatering. Een product voorzien van een duurzaamheid label geeft geen garantie op een duurzaam effect en kan uiteindelijk zelfs leiden tot een tegenovergesteld effect.

Het democratisch systeem brokkelt af
Tenslotte lijkt verantwoorde consumptie moreel goed maar ontneemt het de burger haar macht en wordt het algemeen belang van de politiek uitgehold. In een consumptie democratie krijgen de personen met het meeste geld de meeste stemmen. Politieke verandering hoort door iedereen gevraagd te kunnen worden en niet door de happy few.

Wanneer we niet uitkijken, laten we ons door de reclames (en dus het bedrijfsleven) die verantwoordelijke logo’s aanprijzen uitleggen wat onze waarden en doelen moeten zijn. Om mensen in het begin bewust te maken van een probleem is een verantwoord keurmerk niet erg maar zodra het label na een tijdje een verdienmodel wordt, wordt het bedenkelijk.
Wanneer bijvoorbeeld dierenwelzijn een probleem is, moet een beter leven dan niet op den duur voor alle dieren gaan gelden? Moet de overheid dan niet verlangen dat de eisen van het label in de gangbare regelgeving wordt opgenomen? Goede regelgeving verschuift bovendien de macht van producenten en verkopers weer naar de consument en maakt hen weerbaarder tegen een manipulerende omgeving van reclames en uitgekiende schappenindelingen.

Goede en foute boeren
Producten met verantwoorde labels hebben een nobel doel maar veronderstellen indirect dat er goede en slechte producten zijn en dat er goede en slechte boeren zijn. Voor de gewone boer die zijn uiterste best doet om een gezond product op de markt te brengen volgens alle wet- en regelgeving is deze indirecte beschuldiging nog eens een extra last. Zeker wanneer je beter begrijpt wat de positie van de boer is. En dat is een lastige omdat de maatschappij alles van hem verlangd (milieu, dierenwelzijn, biodiversiteit) maar zijn afnemer, de directe klant (de melkfabriek bijvoorbeeld) hele andere eisen stelt. Het liefst zoveel mogelijk voor zo goedkoop mogelijk.

De boer krijgt geld voor het behagen van zijn afnemer (de zuivelfabriek) maar niet van de consument. Maar wanneer tijdens de teelt pesticiden worden gebruikt, wordt de boer hier op aangekeken, niet de supermarkt of de levensmiddelenfabrikant. Terwijl wanneer een spijkerbroek wordt verkocht met foute katoen, niet de boer maar juist de fabrikant hierop wordt aangesproken.

De boer, die zorgt dat voedselvoorziening voor de consument alleen nog maar een ritje naar de supermarkt is en niet meer een dagtaak, zou graag willen voldoen aan alle extra eisen die de maatschappij stelt maar kan dit nauwelijks omdat hij niet in die positie is. Wanneer hij hier continu op wordt aangesproken, raakt deze ontmoedigd. Veranderen kan hij niet alleen.

ideeënuitwisselingen op basis van wederzijds respect
Omdat duurzaamheid iedereen aangaat, kan duurzaamheid alleen worden bereikt door te beseffen dat de hele keten, van producent tot consument en van burger tot overheid verantwoordelijk is. Met elkaar beschuldigen via schreeuwsessies in de (a)sociale media komen we er niet. Alleen samen, via ideeënuitwisselingen op basis van wederzijds respect, kunnen grote stappen worden gezet. Zodat uiteindelijk duurzaamheid gangbaar wordt en keuzes in de supermarkt alleen nog maar hoeven te gaan over of voedsel lekker en gezond is.