vrijdag 27 april 2012

Passer le temps

Sinds een paar weken doet Rocco mee met het project 'passeport sportif'. Kinderen kunnen dan gratis een half jaar lang kennis maken met een door hun gekozen sport. Judo bijvoorbeeld.

Omdat de judotrainers altijd drukker waren met het tot de orde roepen van de toekijkende ouders dan de kinderen, mogen ouders tegenwoordig niet meer aanwezig zijn bij de trainingen van hun kroost. En daar de sporthal niet bij ons om de hoek ligt, ben ik elke vrijdagmiddag gedwongen even een uurtje niets te doen.


Niets? Tijdens deze verloren uurtjes zou ik toch ook een avontuurtje kunnen beginnen met die leuke vader van dat jongetje met die mooie bruine ogen? Uit het kamermeisjes-verhaal van Dominique Strauss Kahn heb ik begrepen dat Fransen wel van een avontuurtje houden. Op de beelden die op TV zag, bleek de vrouw van DSK geen problemen te hebben met het gedrag van haar man. Toen ik Fransen peilde over deze affaire was het antwoord dat gedwongen sex zeker taboe is maar verder het leven toch echt één groot avontuur is. OK, ik ben bereid ver te gaan met integreren: slak eten, France Telecom bellen, met cheques betalen en zelfs andouillette proeven maar wanneer het avontuurtjes betreft, blijf ik toch liever een burgerlijke Hollandaise. En zo breng ik de verloren uurtjes door in de auto op de meest desolate parkeerplaats van Frankrijk.

Dat valt niet mee als speed-boerin. Voorheen had ik altijd een vrij relaxed beeld van een melkveehouderij. Samen met de honden en zoon genieten van de opkomende zon tijdens het opdrijven van de koeien, even koeknuffelen tijdens het melken, uitgebreid ontbijten, beesten voeren, warme lunch met siesta, ambachtelijke onderhoudsklusjes, weer melken en daarna met een kaasje en wijntje in de hand genieten van de invallende nacht. Niets is minder waar.

 

koeien halen met Rocco
Het rustieke rustige leven van een melkveehouder is alleen iets wat enkel bestaat in de gedachten van de mens en in de reclameboodschappen op televisie en magazines. In werkelijkheid heeft een melkveehouder een overbeladen dagprogramma met dagelijks terugkerende arbeid (melken, voeren) en veel voorziene en onvoorziene werkzaamheden (landwerk, afkalvingen, zieke koeien, kapotte machines...).

Wanneer er dan zoveel is te doen, valt het niet mee wanneer je dan even verplicht een uurtje moet wachten. Ik besluit daarom mijn tijd efficiënt te besteden en op de meest inspiratieloze plek die je maar kunt bedenken een blog te schrijven over mijn verwondering over de drukte van de mens en hoe het eigenlijk zover heeft kunnen komen: in honderd jaar tijd hebben de technologische ontwikkelingen ervoor gezorgd dat we met minder mankracht meer produceren dan ooit, heeft de snelheid van transport en communicatie min of meer zijn limiet bereikt en is onze levensverwachting met 25 jaar toegenomen. We zouden tijd over moeten houden maar hebben het drukker dan ooit.

Een andere paradox is dat de technologische versnelling een fysieke stilstand teweeg heeft gebracht. Via een schermpje kunnen we de hele wereld afreizen en spullen bestellen waarvoor we geen tijd hebben het te consumeren. We produceren en kopen dingen sneller dan dat we ze kunnen consumeren. Wie heeft er geen ongelezen boek op de stapel liggen, een mooi T-shirt dat niet meer wordt gedragen omdat het uit de mode is, een apparaat dat het eigenlijk nog heel goed doet maar is vervangen door één met betere opties?

Er wordt wel eens gezegd dat onze gejaagdheid voortkomt door een veranderende beleving van de tijd. Vroeger werd voornamelijk geleefd met het ritme van de seizoenen en de cyclus van leven, dood en wedergeboorte. De tijd werd als het ware continu ververst. Later werd deze beleving lineair, het leven eindig en ging men geloven dat het bestaan na de dood hemels zou zijn. Maar toen dit hemelse bestaan in twijfel werd getrokken, gingen we elkaar wijs maken dat al het mooie nu moet gebeuren. We kregen besef dat de tijd afneemt en dat we zoveel mogelijk moeten beleven in de korte tijd die ons nog rest.

Via reclameboodschappen worden we verleid met alle mogelijkheden hoe we deze tijd optimaal kunnen vullen en zijn we verplicht keuzes te maken. Dit leidt weer tot keuzestress en een onbevredigend gevoel. Achteraf blijkt die andere keuze toch vaak zoveel beter. Een verkeerde keuze waar jezelf nog verantwoordelijk bent ook.

Er zijn verschillende oplossingen om de tijd geen vat op je te laten krijgen. Bijvoorbeeld door te leren op een beter manier keuzes te maken of je verwachtingen van het leven in het hier en nu bij te stellen. Het laatste kan bijvoorbeeld door of weer in een hemels bestaan te gaan geloven of meer aandacht te hebben voor het hier en nu (onthaasten) of door je afschermen van alle verleidingen.

Het eerste is voor mij geen optie maar in het tweede kan ik me wel vinden. In Frankrijk ben ik dan gelukkig op de goede plek. Ook Fransen zijn dol op dingen die langzaam gaan. Dan doel ik natuurlijk niet op de lange leveringstijd van onze nieuwe trekker of de ambtelijke molen waardoor de bouw van de nieuwe jongveestal zes maanden vertraging heeft opgelopen. Nee dan bedoel ik de tijd die Fransen nemen om te eten. Waar ik in Nederland collega’s had die tussen de middag achter de computer snel een boterhammetje weg werkten, is dat in Frankrijk taboe. ‘s Middags wordt tussen twaalf en twee uitgebreid geluncht. Het liefst in een restaurant, ver weg van je werkplek. Niemand is dan aan het werk, behalve dan de callcenters die je van alles willen verkopen wat je niet nodig hebt.

 
nieuwe jongveestal
En wanneer je denkt dat twee uur voor een maaltijd veel is, dan moet je eens een avond diner meemaken. Slowfood in het extreme. Oesters, slakken, ham die een jaar heeft gehangen, kaasjes die minimaal negen maanden hebben gerijpt... Wanneer je geluk hebt krijg je je eerste amuse rond negen uur opgediend en het dessert rond één uur in de ochtend. Wat lange zorg en liefde is bereid, moet ook zo langzaam mogelijk en met veel aandacht worden genuttigd. Wanneer het eten zoveel tijd in beslag neemt is het daarom geen wonder dat Fransen maar 35 uur per week kunnen werken.

Een andere manier om te onthaasten, is jezelf af te schermen van de verleidingen waarvan we van elkaar vinden hoe we ons geld en onze tijd moeten besteden. In een grote stad valt dat niet mee. Een paar maanden geleden waren wij voor een paar dagen in Parijs en na afloop had ik het idee drie dagen in een enorme reclame galerij te hebben doorgebracht. Ik kreeg zelfs een enorme behoefte aan spullen die op een boerderij niet echt praktisch zijn: suede laarzen met hoge hakken, een leuk handtasje, een hippe koptelefoon, een iphone en een retro-scooter voor naar het werk. En omdat we maar drie dagen in Parijs waren heb ik maar geen concertkaartje gekocht voor het optreden van de Red Hot Chili Peppers in augustus, geen culturele sportieve fietsvakantie geboekt over de Chineese muur en me niet ingeschreven voor die spirituele masterclass fly-yoga.

 
Paris 2012
Op het platteland is het gelukkig geen probleem jezelf af te schermen van de (tijdrovende) verleidingen van het bestaan en zo te onthaasten. Er is hier wat dat betreft niets. Alleen een zee van rust en groen. Je moet alleen geen 70 koeien willen melken...

Voor meer tips over onthaasten, zie: http://www.onthaasting.nl/



zee van groen en rust hier om de hoek waar geen koeien grazen op het moment

woensdag 21 maart 2012

Karate, zwemmen en dromen die voorbij gaan

Al een tijdje werd ik tijdens de karate en judo trainingen geconfronteerd met mijn leeftijd. Zo vroegen de allerjongsten zich af of ik Jigoro Kano of Gichin Funakoshi nog  had gekend. En wanneer de trainer zei: ‘Zo, en nu op volle snelheid’ vroeg ik me af welke snelheid ik dan de vorige oefening had aangewend. Het moeilijkste waren nog de ochtenden na de trainingen. Dan voelde ik me als overreden door een vrachtauto en ik begon me na twee jaar blessureleed dan ook af te vragen of ik niet te oud was geworden voor de zware judo-trainingen.

Op advies van de huisarts liet ik röntgenfoto’s maken van mijn lichaam en het resultaat was dat hij me vertelde dat wanneer ik wilde doorgaan met het leven zoals ik nu deed,  ik beter kon stoppen met hetgeen ik het liefste deed: joggen en budo (judo en karate). Oei, die had ik niet zien aankomen. Zo’n klap in het gezicht kon ik zelfs met bijna 25 jaar budo ervaring niet afweren. Mijn eerste verdediging was de mening van een specialist vragen. Maar ook deze vertelde dat ik beter geen impactsporten meer kon doen zoals joggen, karate en judo.

Ik voelde me enorm oud en afgeschreven. Ook mijn geloof in de maakbaarheid van het leven was overhoop gehaald. En de droom om ooit, wanneer we een melkrobot zouden installeren en ik daardoor tijd over zou houden, een grootse dojo in het kleinste dorpje van Frankrijk te openen was definitief voorbij. Les Forges (Frans voor 'de smederijen') leek me zo’n mooie naam voor een budohal. Het beste was het ‘ju’ van judo in praktijk te brengen, dus flexibel zijn en ontdekken wat een toekomst zonder karate en judo had te bieden.

Daar ik altijd was geïnspireerd door de combinatie van de lichamelijke en spirituele aspecten van budo, lag het voor de hand eens een yogales bij te wonen. Ik ben helaas niet verder gekomen dan een blik door het raampje van de deur naar de zaal waar de yogales werd gegeven: Het zaaltje lag vol met gepensioneerde dames en ik geloof zelfs dat ik er eentje hoorde snurken. Wanneer ik mij deze club zou aansluiten dan zou ik mezelf wel heel erg oud gaan voelen.

Dan maar zwemmen. Weinig spiritueel maar wel heel goed voor het lichaam had ik mij laten vertellen. In het zwembad in de buurt is er de mogelijkheid elke dinsdag baantjes te trekken dus dat ging ik maar eens proberen.

Al snel bleek dat de bijna 25 jaar budo trainingen niet zomaar uit te wissen waren. De kledinglocker deed ik, toen niemand keek, dicht met een mooie mawashi geri (zijwaartse trap) en ook maakte ik per ongeluk een lichte buiging toen ik via het voetbadje de zwemzaal betreedde. In het zwembad zocht ik automatisch het alpha-mannetje op. Normaal was dit iemand met een zwarte band om, omringd door andere bruine of zwarte banders. In het zwembad blijkt het degene te zijn zonder badmuts.

Ik vroeg de badmeester of er nog speciale regels waren voor het baantjes trekken. Hij vertelde mij dat het zwembad was opgedeeld in vier banen: rechts voor de snelste zwemmers en links voor de langzaamste zwemmers. Ik moest zelf maar ontdekken in welke baan ik me het meeste zou thuis voelen. Ik zei nog net geen ‘oush’ tegen hem voordat ik het zwembad indook.

Al snel had ik door in welke baan ik hoorde. Niet in de baan waar ik telkens in het zwempak van mijn voorganger verstrikt raakte en ook niet in de baan waar ik telkens onder mijn voeten werd gekieteld. Ook bleek dat de badmeester informatie had achter gehouden. In elke baan drijven ook dames (die ik volgens mij ook bij de yogales had gespot) die op dokters advies elke week naar het zwembad gaan. Ze genieten optimaal van het uurtje gewichtloosheid maar vergeten daarbij te zwemmen. Ze dobberen achteloos zij aan zij zodat je er niet langs kunt of ze converseren aan de kopeinden van de zwembanen zodat je je bij het keerpunt niet lekker kunt afzetten. Vervelend maar geen onoverkomelijke obstakels. Gewoon onder door zwemmen of iets eerder omkeren zonder een afzet.

Nee, het ergste vond ik dat de badmeester mij niet had verteld over de meisjes van zestien. Na tien minuten zwemmen kwamen ze aanlopen. De reden waarom badmeesters badmeester zijn geworden. Strak in het vel en wat naar voren hoort te wijzen, wijst naar voren en wat naar achter hoort te wijzen, wijst naar achter. Hun mooie glanzende, weelderige lokken laten ze zo lang mogelijk zichtbaar tot het moment dat badmutsen echt verplicht zijn en het water in duiken. Ontluikende volwassenheid in volle glorie in contrast met mijn eigen vergankelijkheid.

Ze nemen plaats in het baantje rechts van mij. Ik denk nog dat ze zich vergissen. Ze zijn misschien wel jonger en frisser maar mijn oude schouders zijn toch duidelijk breder dan die van hen en ook mijn biceps hebben toch duidelijk een grotere omvang.  Al gelijk na het eerste baantje dat ik het tegen hen opneem, blijkt het dat ik me heb vergist. Uitgeput tik ik meters na hen de overkant van het zwembad aan terwijl zij vrolijk verder zwemmen en dit tempo nog baantjes volhouden.

Gefrustreerd verlaat ik het zwembad. Verslagen door twee giebelende badmutsen van zestien. Tsssst. Ik denk terug aan de vele karatelessen die ik heb gehad en ook aan de les dat de sensei (karatetrainer) het heeft over winnen door te verliezen. Wanneer een tegenstander van je wint toont hij jou je zwakte maar ook zijn kracht. Ik bedenk waar dan de kracht en de snelheid van de meisjes van zestien vandaan kwam. De schoonheid waarmee ze door het water gleden, toonde een zwemkunst waarvoor nauwelijks spierballen nodig zijn.  Vervolgens informeer ik me over zwemtechnieken op  internet en lees dat ik bijna alles fout doe wat er fout kan zijn aan een zwemtechniek. Omdat ik de volgende morgen, voor het eerst sinds jaren, zonder spierpijn en fitter dan ooit wakker wordt na een trainingsessie, besluit ik lid te worden van de plaatselijke zwemclub.

Nu, na een half jaar schaven aan mijn zwemtechniek, heb ik veel plezier gekregen in het zwemmen. De focus op de techniek maakt het zwemmen een stuk minder saai dan ik aanvankelijk dacht. En de trainings mantra:’ let op je ademhaling, strek je rug en gebruik je heupen’, klinkt vertrouwd in de oren. Ook blijkt zwemmen een vorm van zen in beweging: ontspanning door inspanning.

Langzaam zie ik een toekomst voor me zonder judo of karate en krijg ik weer vertrouwen in mijn lichaam, voel me fitter en daardoor ook minder oud. Zeker toen de trainer mij vorige week vroeg of ik niet het trainingsprogramma van baan twee wilde volgen. Het baantje waarin toevallig ook de meisjes van zestien trainen…


zondag 26 februari 2012

IJSPRET EN WAAROM KOEIEN HEILIG ZIJN

Tijdens de koudegolf waren Guus en ik te druk met het redden van de koeien en het bedrijf en hadden daardoor geen tijd om na te denken over de zin en bedoeling van hetgeen we doorstonden. Maar toen de dooi inzette en we langzaam weer overgingen op het leven van alle dag, begon ik de afgelopen periode te overpeinzen en af te vragen wat de zin was van dit alles.

Twee weken ploeteren om gewoon weer over te gaan op de waan van alle dag? Ik bedoel: de melkprijs van de maand februari zal echt niet hoger zijn dan anders en niemand zal langskomen om ons een Mestschuifkruisje op te spelden als waardering voor onze verrichtingen.

Nee, hier moest op een andere manier iets positiefs uit te halen zijn. En dan doel ik niet op de praktische dingen zoals het verbeteren van de mestafvoer en het vorstvrij aanleggen van de watervoorzieningen. Of dat ik heb geleerd dat koeien op een dag wel heel veel water drinken en enorme hoeveelheden koeienvlaaien kunnen produceren.

Af en toe had ik natuurlijk enorme spijt van mijn keuze een boerin te willen zijn in het ijzige Frankrijk. Het werken van 9 tot 5 in een verwarmd kantoorpand met uitzicht op de bevroren Delftse grachten leek opeens weer enorm aantrekkelijk. Maar goed, het is natuurlijk niet terecht te verwachten dat wanneer je voor iets hebt gekozen dat het onverwachte niet plaats mag hebben. De situatie waarin ik terecht was gekomen was geen keuze maar de keuze voor de houding die ik in deze situatie aannam wel. Niet mopperen en twijfelen dus, maar handen uit de mouwen en constructieve oplossingen bedenken.

Ook heb ik geleerd dat comfort een relatief begrip is en het soort geluk wat je daarmee ondervindt dus ook. Tijdens de vorstperiode leek het gewoon kunnen starten van een trekker opeens erg bijzonder. Iets wat twee weken later weer heel normaal is. Even een half uurtje rust was enorm genieten. Nu is een half uurtje veel te kort. Het zoeken naar het geluk van comfort en plezier is vanaf een bepaalde grens relatief en daardoor slechts vluchtig en onverzadigbaar.

Een nog betere kijk op de zaak gaf onderstaand filmpje waar een viendin mij op wees. Het gaat over een zestig jarige dame (Diana Nyad) die iets wil doen met het gepensioneerde leven dat haar nog staat te wachten. Ze besluit een vroegere droom te realiseren en zich voor te bereiden op een zwemtocht van Florida naar Cuba (70 mile en 100 uur zwemmen). Iets wat nog geen mens ooit is gelukt. Na een lange en degelijke voorbereiding mislukt helaas de poging. Na 50 uur zwemmen wordt ze voor een tweede keer aangevallen door een Portugees oorlogsschip en moet ze de poging staken.
De dame in kwestie weet het verhaal enorm boeiend te vertellen. De energie spat van haar af en ze weet te overtuigen dat ze ondanks de mislukte poging absoluut geen spijt heeft van haar onderneming. Ze heeft de meest intense periode van haar leven meegemaakt en kan zichzelf recht in de ogen kijken dat ze alles heeft geprobeerd om haar doel te bereiken. Anders gezegd: de wegen zijn belangrijker dan het doel. Het doel is slechts een moment. (ook een leidraad in de martiale kunsten overigens)


Ook zette het filmpje mij op een andere manier aan het denken: het lijkt wel alsof hoe nuttelozer je onderneming is hoe meer waardering je van de buitenwereld krijgt. Denk bijvoorbeeld aan mensen die solozeiltochten rond de wereld maken, hoge bergen beklimmen, goed kunnen voetballen of tennissen. Allemaal mensen die zinloze dingen doen maar erg gewaardeerd worden.

Het omgekeerde zal daarom vast en zeker ook waar zijn. Daarom denk ik dat gezien de waardering die wij krijgen voor afgelopen periode (dezelfde melkprijs, geen Mestschuifkruisje), het koste wat het kost koeien willen melken wel heel zinvol moet zijn.

Ook schijnt het dat wanneer je iets heel zinvols doet daar erg gelukkig van wordt. Mensen worden het meest gelukkig van dingen doen die verder reiken dan henzelf (bijvoorbeeld het voeden van de wereld, leefbaar houden van het franse platteland) en boven henzelf uitstijgen.
En daarom zijn 
volgens mij koeien heilig voor boeren en zijn zij zulke gelukkige mensen.

Closie - voorbeeld van een heilige koe