dinsdag 16 mei 2017

Serendipiteitskaart, of wat je zoal vindt wanneer je op zoek gaat naar jezelf

Daar stond hij dan. Aangekondigd maar toch onverwacht, kwam een van mijn vorige werkgevers op bezoek om een paar dagen hulp op de boerderij aan te bieden. Iemand van wie ik veel heb geleerd op zowel professioneel als persoonlijk vlak en heb leren kennen als een innovatieve, gedreven, veeleisende maar ook betrokken persoon. Na verkoop van zijn bedrijf zoekt hij zijn ex-werknemers nog af en toe op, zelfs wanneer ze naar Frankrijk zijn verhuisd.

We hadden elkaar al meer dan vijftien jaar niet gezien en hij vond dat ik niets was veranderd. Ik vond hem ook niet veel veranderd maar wel een stuk groter dan in mijn herinnering. Omdat je tegen een volwassen man niet zegt dat je hem zo groot vindt geworden, stamelde ik dus maar iets van: ‘Leuk je weer te zien’ en ‘Goede reis gehad?’. Onze hond was minder geremd en sprong ongegeneerd vrolijk tegen hem aan en beet hem, liefkozend bedoeld, in één van zijn armen. De vier tandafdrukken waren gelukkig snel weer verdwenen maar de directheid werd gewaardeerd want de dagen die erop volgden werden ze een onafscheidelijk duo.

Mijn gedachten dwaalden af naar meer dan vijftien jaar geleden. Tijdens mijn sollicitatie gesprek werd gevraagd wat ik over vijftien jaar bereikt wilde hebben. Op dat moment was een dromerig ‘Gelukkig zijn’ natuurlijk niet het gepaste antwoord. Dus zei ik met vol overtuiging dat ik een wereldberoemde bouwfysisch adviseur in Nederland wilde worden en ik dacht dat dit bedrijf de juiste omgeving bood om mij daarbij vooruit te helpen. Vanzelfsprekend werd ik gelijk aangenomen.

Hoe kon het zo anders lopen?
De vraag is dan natuurlijk hoe het dan komt dat ik meer dan vijftien jaar later een boerin in Frankrijk ben, die dagelijks koeien voert en met de laarzen en overall aan stront weg schuift om het nog een beetje proper te houden. Hoe kon het zo anders lopen? Een fusie, een coaching traject, een andere werkgever en weer een overname verder deed mijn missie om wereldberoemd, (inmiddels) duurzaam bouwen adviseur te worden wankelen. Ik had het idee meer met mijn positie bezig te moeten houden dan met mijn vak. In een wereld waarin assertiviteit een pré is, had ik het idee niet mijzelf te kunnen zijn als een van nature introverte persoonlijkheid. Het lukte mij wel mezelf staande te houden maar ik had het idee dat ik mezelf langzaam aan het verliezen was. Toch bleef ik mij krampachtig vasthouden aan de ambitie die ik me ooit had gesteld. Op eigen benen staan, een eigen inkomen, zelfstandig zijn. Alsof er geen andere wegen waren om het leven te bewandelen.

De keuze van een weer een bedrijfsovername in het vooruitzicht of een boerderij in Frankrijk gaf aanleiding het roer eens flink om te gooien en in een rustgevende groene omgeving te (her)ontdekken wie ik nu werkelijk was. Als compensatie voor het inleveren van een luxe en veilig leven zou ik dichterbij de natuur en het ritme van de seizoenen volgend, 's avonds bij de warme houtkachel het leven kunnen overpeinzen en mijzelf weer terugvinden. Zoals zelfhulpboeken en magazines mij deden beloven.

Echte romantiek moet een beetje nep zijn
Ik ontdekte er veel maar vooral dat ‘back to the basics’ of terug naar de natuur alles behalve romantisch is. Een huis verwarmd op twee houtkachels wordt al snel een corvee van hout kloven en stof wrijven terwijl je wilt uitrusten en vooral een kleding probleem. Dicht bij de kachel is een t-shirt zelfs te warm en twee meter daar vandaan is een dikke trui al snel te koud. Eten uit eigen tuin blijkt vooral eindeloos veel onkruid trekken. En het leven volgens het ritme van de seizoenen is vooral het angstvallig afwachten van de volgende storm waarbij de stroom kan uitvallen, het ondergaan van de volgende droogte waarbij de oogst wordt gehalveerd of extreem lange dagen maken om voor de volgende regenbui het land ingezaaid te krijgen.

Een authentiek leven is pas echt romantisch wanneer het een beetje nep is. Een houtkachel is pas aangenaam wanneer het slechts dient ter ondersteuning van de centrale verwarming. Een maaltijd met zelfgeteelde groenten wordt pas echt lekker wanneer die kan worden aangevuld en op smaak worden gemaakt met eten uit de supermarkt. Een avond in het schemerlicht van een kaars doorbrengen is pas fijn wanneer je weet dat je aan het eind van de avond bij elektrisch licht je tanden kunt poetsen in de badkamer.

De grillen van de natuur werden voor mij voornamelijk lessen in nederigheid. Je kunt wel plannen voor het weekend alles gezaaid te willen hebben maar wanneer het gaat regenen en het in het weekend stralend weer wordt, is het toch beter die leuke fietstocht te vervangen door een lange zit op de trekker. Ondanks dat ik mij suf plande en mijn best deed, bleek het leven allesbehalve maakbaar en kon het onverwachte gebeuren waarbij het vooral belangrijk was flexibel te zijn en mij aan te passen.

Zelfinzicht is ook het belang inzien van de verbinding met de ander
En de verwachting mijzelf te vinden liep natuurlijk uit op niets. Nadat, na een lange tijd alle stemmen in mijn hoofd van anderen waren uitgepraat en ik hoopte mijn eigen stem te horen, hoorde ik niets. Wel een heerlijke rust maar niet hetgeen wat ik zocht. Er was niets dat in mij riep ‘ wanneer je dit doet dan is het goed’.

Er was alleen een stem die zei dat de gedachte van een vaststaand zelf eigenlijk alleen maar een beperking is om verder te komen. Het gaat er niet om om jezelf te vinden en te weten waar je goed of slecht in bent maar vooral om het krijgen van inzicht waarop anderen jou hebben gemaakt tot wie je bent, hoe je verbonden bent met die ander en hoe deze verbinding telkens kan veranderen.

De autonomie die ik altijd nastreefde met een eigen baan en zelfstandig zijn transformeerde langzaam naar een besef van het belang verbinding met de ander en dat het niet erg is om afhankelijk te zijn (bijvoorbeeld samen een boerderij te hebben in plaats van absoluut een eigen inkomen willen hebben). Een gedachte die paradoxaal een gevoel van vrijheid opleverde.

Serendipiteit
En zo werd de zoektocht naar mijzelf een dwaalspoor dat een hoop antwoorden gaf op vragen die ik anders nooit gesteld zou hebben. Serendipiteit schijnt dat genoemd te worden. Iets onverwacht vinden terwijl je op zoek bent naar iets anders.

Zo bleek mijn vorige werkgever een man van niet alleen maar mooie woorden maar ook een van daden. In enkele dagen tijd werden door hem vele klussen geklaard waar we zelf niet aan toe waren gekomen. Een afrastering werd gesloopt, een hekwerk werd afgemaakt en weer een ander vrijgemaaid van onkruid. En dat alles met een hond die regelmatig aan zijn broekspijp of arm hing.


Inmiddels is hij weer verder getrokken. Hij liet een kaart van deze omgeving achter waarop onze woonplaats staat omcirkeld met een dikke stift. Vanwege de schaal staan veel wegen niet op de kaart aangegeven dus ik vrees dat ik alleen nog meer zal verdwalen. De kaart zal mij niet naar huis leiden maar, mits ik er open voor blijf staan, waarschijnlijk wel naar serendipiteit.

zondag 15 januari 2017

Reflectie in de metro

Aan het einde van 2016 legden wij ons vijfjaarlijkse bezoek aan Parijs af om ons paspoort te vernieuwen. Het is dan vooral een uitdaging om een Franse fotograaf te vinden die een pasfoto weet te maken volgens de Nederlandse instellingen. Blijkbaar hebben Hollandse kaaskoppen een zo afwijkende vorm dat we aparte instellingen nodig hebben.

Tijdens dit vijfjaarlijks bezoek worden mijn zintuigen behoorlijk uitgedaagd. Thuis op de boerderij ben ik gewend aan het beperkte scala van geuren zoals natte hond, koeienmest of ranzige melk. Verder is het, waar je ook kijkt, groen, grijs of blauw. Af en toe hoor je een vogeltje fluiten, een hond blaffen of een koe loeien. Zorgeloos kun je je zintuigen blootstellen aan de prikkels van het leven.

In Parijs wordt je wanneer je dit doet, bedwelmd door een mix van geuren die varieert van opgedroogde urine in de metrogangen en uitlaatgassen op straat tot exotische kookluchten uit een sushi-restaurant en een mengelmoes van de meest dure parfumluchten van flanerende toeristen op de Champs Élysée. Ook van het zicht en het gehoor wordt veel gevraagd. Van alle kanten kun je worden aangereden, tegen een groepje mensen aanbotsen die opeens besluiten een selfie te maken, hoor je remmende auto’s, muzikanten uit de metro en sirenewagens die af en aanrijden naar ziekenhuizen of mogelijke terroristische aanslagen.

Maar het meest in het oog springend zijn toch wel de reclameboodschappen. Overal waar je kijkt zie je posters met de laatste trend op het gebied van koptelefoons, koffie sensatie apparaten of evenementen die je niet mag missen. Geen enkele kale muur of zuil is onbeplakt en schreeuwt om je aandacht. Daarnaast wordt je op de toeristische plekken belaagd door straatverkopers die voor onwaarschijnlijke lage bedragen selfiesticks en miniatuur Eifel torentjes aanbieden. Een moment waarbij je even rustig voor je uit kunt staren om te mijmeren over het leven is er niet bij.

Geen wonder dat iedereen of strak voor zich uit kijkt of naar beneden staart, verdiept in zijn smartphone. De vraag is of je door het laatste minder wordt afgeleid.
Volgens Tristan Harris (voormalig productfilosoof bij Google en oprichter van de website http://www.timewellspent.io/) zijn applicaties en websites zo ontworpen dat ze zoveel mogelijk onze aandacht trekken en ons verslaafd maken. Omdat bij elke check van je telefoon het een verrassing is of je een nieuw bericht of notificatie hebt ontvangen is onze smartphone een gokkast geworden. Met als hoofdprijs een like van een vriend of een retweet van een bericht.

Daarnaast wordt via de websites die we aanklikken door grote bedrijven onze aandacht ongemerkt en ongevraagd doorverkocht en afhankelijk van onze muisklikken in het verleden krijgen we berichten te zien die worden bepaald door de algoritmes van dezelfde grote bedrijven. Hierdoor en doordat we op sociale media en fora toch mensen of sites opzoeken die hetzelfde roepen als wij
dreigen we langzaam onze aandacht en het contact met de werkelijke wereld te verliezen.

Matthew Crawford waarschuwt in zijn boek ‘The world beyond your head’ dat de werkelijkheid op deze manier steeds verder wordt vervangen door een virtuele realiteit. Een idyllische wereld die zich aanpast aan onze wensen en waarin de frustraties en conflicten van het werkelijke leven niet bestaan. Ieder beleeft hierdoor zijn eigen internet filter bubbel waardoor we geen aandacht meer hebben voor de concrete dingen en mensen om ons heen.

Dat dit jammer is, blijkt bijvoorbeeld wanneer je in de Parijse metro stapt. Voorheen had ik tijdens deze korte ritjes nog wel eens leuk oogcontact met een knappe Fransman. Met een beetje geluk speelde een metromuzikant een cover van Une Belle Histoire totdat bij de volgende halte moest worden uitgestapt om weg van het leven verder te bewandelen. Ondergrondse metroritjes waren extra spannend vanwege de reflectie van de metroramen. Oogcontacten losten langzaam op in een dagdroom door de naderende verlichting van de volgende halte.


Maar wanneer ik nu door de metrogangen zoef en in de weerspiegeling staar, zie ik slechts dat de blikken van de charmante Fransmannen zijn gericht op hun telefoontjes. Wanhopig vraag ik me af of die internet filter bubbels nog zijn door te prikken. En of we ons er genoeg van bewust zijn dat onze keuzevrijheid wordt bepaald door een handvol grote bedrijven en dat we onze aandacht (die ongemerkt handelswaar is geworden) voor elkaar langzaam aan het verliezen zijn. Misschien dat we maar eens moeten beginnen met het beperken van reclame op het internet en op de muren.


Terwijl ik naar buiten staar, worden de spiegelingen in de metroramen langzaam vervangen door het zicht op de levensgrote reclameposters van de volgende halte. Zonder dat ik er controle over heb, wordt mijn aandacht volledig opgeslokt door een reclame over vis. Ach, waar maak ik me eigenlijk druk over?


zondag 25 september 2016

Vluchtgedachte

Een paar dagen geleden was het weer zover. De schok van de onvermijdelijke overgang van zomer naar herfst. Deze keer niet alleen ingeluid door een temperatuurval van 30 naar 13 graden maar tevens door honderden zwaluwen die zich verzamelden op de telefoonlijnen langs de randen van de weg.

Mijn gedachten dwaalden af naar het begin april toen de eerste zwaluwen aanvlogen en ik blik terug op het lief en leed dat we de maanden die erop volgden samen hebben gedeeld. Het gezellige gekwetter van de zwaluwen in de kalfjesstal om elkaar het hof te maken en het kunst en vliegwerk om de kommetjes onder het plafond boven dezelfde kalfjes te herstellen en te perfectioneren met leem, koeienhaar en hooi zal ik de komende maanden missen.

Het was een lastig voorjaar niet alleen voor de zwaluwen maar ook voor de boeren. Het hield maar niet op met regenen wat tot gevolg had dat insecten waarvan deze vogeltjes leven niet uitvlogen en sommige zwaluwtjes uit de lucht vielen vanwege de honger. Wij zagen dit met lede ogen aan en smachten elke avond naar een meteo waarbij een weervenster van minimaal een paar dagen zonder regen zou worden voorspeld. Zodat we het land konden bewerken om mais te zaaien.

Begin mei bereikte ons eindelijk het zo geliefde weervenster met een paar dagen stralend weer. De zwaluwen scheerden door de lucht, vlogen hun buikjes vol en legden nestjes vol met eieren terwijl de trekker dag en nacht op het land heen en weer reed om het zaad op tijd de grond in te krijgen en tussendoor ook nog eens hectares voorjaarsgras maaide om in te kuilen. Net voor de volgende regenperiode was alles op tijd klaar. Nu begon het wachten op de volgende zonnige periode om te hooien en op de eerste zwaluwkuikentjes die uit het ei zouden kruipen.

Ook deze periode duurde weer langer dan gewenst. Het gras groeide angstaanjagend hoog, we organiseerden ’s avonds tijdens het koeien halen mudmaster events en de eerste jonge zwaluwen kropen uit hun ei om zich op te maken voor hun eerste vlucht. Dat dit niet zonder gevaar is, bleek uit het hoopje veertjes dat ik vond die avond. Deze lag uitgespreid rond de tevreden snorrende poes op de hooibaal voor de uitgang van de kalfjes stal.

jongen zwaluwen die gevoederd worden door hun ouders


Toch waren we tevreden omdat de mais was opgekomen zodat het komende jaar er waarschijnlijk geen tekort zou zijn aan ruwvoer voor de koeien. Totdat een grote verschrikkelijke hagelbui dit vooruitzicht aan pap sloeg. Binnen een half uur waren alle maisplantjes door hagelstenen zo groot als duiveneieren verpulverd en konden we volgens een landbouwdeskundige weer overnieuw beginnen met zaaien.

We bestelden het zaad direct omdat je niet zomaar 30 hectare maiszaad uit de schappen van een supermarkt trekt. Binnen een week werden de zaadjes geleverd en liggen daar nu nog steeds te wachten om gezaaid te worden. Het bleef namelijk nog weken regen waardoor het land te drassig was om bewerkt te worden. De zwaluwen hadden het ook moeilijk en stelde een tweede leg nog even uit. De kapotgeslagen maisplantjes waren uiteindelijk veerkrachtiger dan iedereen dacht. Heel voorzichtig groeiden er weer nieuwe blaadjes uit het overgebleven prutjes groen en begonnen de plantjes tot grote vreugd weer echte maisplanten te worden.

Nu nog mooi weer en dan was iedereen tevreden. Dan konden de zwaluwen aan hun tweede leg beginnen en wij met het maaien van het hooi. En zo geschiedde begin juli. Dagen lang werd er van vroeg tot ’s avonds laat het gras, dat langer en stengeliger was dan ooit, tot mooie balen geperst. De lange dagen eindigden in zwoele zomeravonden op het terras dat uitzicht bood over het weiland met het schouwspel van de steeds groter wordende groep zwaluwen die door de lucht zweefden en scheerden op jacht naar insecten. Totdat de zon achter de horizon verdween en plaats maakte voor een wolkeloze sterrenhemel.

Na een maand droogte en hitte begonnen we toch langzaam weer te smachtten naar een zomerse onweersbui. Zowel de mais als het gras waren inmiddels gestopt met groeien. Te droog en te heet. Laag vliegende zwaluwen en donkere wolken en zelfs de Franse meteo kondigden onweersbuien aan. Maar helaas vlogen de zwaluwen telkens weer omhoog en trokken de wolken telkens over. Of stapelden ze zich op in onze gedachten terwijl de regen kilometers verderop viel.

Dat de graanoogst begin augustus maar 20% was van de normale opbrengst, vanwege de hagelschade, was minder pijnlijk dan een opmerking van een van onze gasten: Of we dit jaar dwergmais hadden gezaaid?

Terwijl sommige zwaluwen in half augustus nog aan een derde leg begonnen, reed ik elke dag langs de maisvelden of ik toch niet stiekem een onverwachte groeicurve kon ontdekken. Het enige wat ik ondekte was dat de mais vroeger dan ooit bloeide, waarmee tevens het definitieve einde van de groei was aankondigd.

Eind augustus begon de mais te pieken, werden de bladeren langzaam geel, vloog een derde leg zwaluwen uit en was er nog steeds geen regen gevallen. Half september de mais rijp voor de oogst begon het eindelijk even te regenen en vlogen de zwaluwen hun buikjes vol voor het vertrek naar Afrika.

Terwijl de maisopbrengst lager is dan ooit (50%) en we een probleem van een paar maanden ruwvoer tekort hebben, hoor ik de verzamelde zwaluwen druk tegen elkaar kwetteren op de telefoonlijnen. Opgewonden over de lange reis die ze voor de boeg hebben.

Even speel ik met de gedachte ook mijn vleugels uit te slaan. En weg te vluchten naar het veilige kantoor van vroeger waar het niet uitmaakte wat voor weer het was. Waar je alleen last had van een donderpreek van een eigenzinnige architect of het altijd zonnige humeur van een collega. Waar het noodlot niet bestond en de illusie heerste dat het leven maakbaar is en het wel goed komt als je maar goed je best doet.

Of weg te vluchten naar het vrolijke leven op de sociale media waar iedereen happy is, zijn beste ik laat zien en waar elk probleem met een tegeltjeswijsheid wordt opgelost. Zoals: ‘Life begins at the end of your comfortzone’. Nou volgens mij begint daar juist de ellende. Of: ‘Achter de wolken schijnt de zon’.... euh...snakten we na twee maanden droogte niet naar een druppel regen? Nee, mijn smartphone als niet-farmaceutische antidepressiva helpt nu even niet.

Toch laat één tegelspreuk me echter niet los: 'Het glas is het leukst als het leeg is. Dan kun je zelf bepalen waarmee te het gaat vullen.' Daar zit wel iets in. En zo aanvaard ik het noodlot en besluit ik niet te vluchten. En ga ik de confrontatie met de grillen van het weer aan. Vanavond vul ik het glas met de voor- en de tegenspoed van het leven dat, in dit geval naar goed Frans gebruik, een diep rode kleur heeft.


Wat zal ik lekker slapen vanacht.